Opinie

'Gymles is meer dan bewegen'

Een kind gaat naar school om te leren lezen, maar ook om te leren bewegen. Dat lukt niet in een lesuur per week, wel in drie lesuren, stellen Jan Rijpstra en Cees Klaassen van de Koninklijke ­Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO).

Een proef met het gebruik van een spelcomputer tijdens de gymles. Beeld Robin van Lonkhuijsen/ANP

In het opinieartikel 'Extra gymles is foute stap voor school en kind' van 20 december stellen Lotte Schipper en Klaas Valkering van de CDA-jongeren dat zij het wetsvoorstel van de SP om de hoeveelheid verplicht bewegingsonderwijs voor kinderen te verhogen, niet steunen.

Ze stellen: 'Extra regels in het onderwijs verhogen de hoeveelheid beweging van kinderen amper. Beter zorgen we ervoor dat sport voor alle kinderen toegankelijk is.'

Allereerst danken wij de auteurs voor hun ­betrokkenheid bij kinderen die niet of nauwelijks kunnen deelnemen aan de sport- en bewegingscultuur. Zij raken hiermee precies een van de kerndoelen van het bewegingsonderwijs: álle kinderen zo bewegingsvaardig maken, dat zij voldoende bekwaam zijn om een leven lang met zelfvertrouwen en plezier deel te kunnen nemen aan sport en bewegen.

Juist daarover gaat ook het wetsvoorstel van de SP. Het gaat er in het bewegingsonderwijs niet zozeer om kinderen op school zoveel mogelijk te laten bewegen, maar om ze beter en goed te leren bewegen.

Kinderen gaan (vooral) naar school om te ­leren. Naast rekenen en taal leren ze als het goed is voldoende motorische vaardigheden, en daar zit nu net het probleem.

Sinds 1980 is met de afname van het aantal gymlessen ook de motoriek van de kinderen sterk verslechterd. Het is voor veel kinderen erg moeilijk geworden deel te nemen aan de sportcultuur, simpelweg omdat zij ­onvoldoende vaardig zijn.

Blessures
Het CDJA is bang dat een 'extra regel' over de hoeveelheid bewegingsonderwijs de hoeveelheid beweging amper verhoogt. Als dat laatste het hoofddoel zou zijn, heeft de partij gelijk, maar daar gaat het dus niet om.

Het gaat om het aanleren van bewegingsvaardigheden (kerndoelen met 12 leerlijnen), niet om alleen maar laten bewegen. In die zin is het aantal lesuren van belang als randvoorwaarde voor goed leren bewegen.

Het maakt nogal wat uit of leerlingen op de basisschool acht jaar lang één lesuur per week krijgen of drie lesuren per week. Maar liefst 400.000 kinderen (25 tot 35 procent) krijgen op dit moment nog maar één lesuur per week, met alle gevolgen van dien, zoals motorische achterstanden en blessures. Vrijblijvendheid is een foute stap voor school en kind en schept kansenongelijkheid.

Schoolsportactiviteiten
Het verbaast ons dat het CDJA tegen een wettelijke normering van de hoeveelheid bewegingsonderwijs in het basisonderwijs is. Het CDA heeft in 2004 immers met een unanieme Tweede Kamer een motie van de VVD ondersteund die de regering vroeg onderzoek te doen naar de invoering van drie lesuren lichamelijke opvoeding voor alle onderwijsniveaus.

In 2005 heeft het CDA samen met de PvdA bij het wetsvoorstel over de afschaffing van de lesurentabel in het voortgezet onderwijs een amendement ingediend dat recht doet aan de autonomie van scholen met betrekking tot de inrichting van het onderwijs en tegelijkertijd regelt dat de hoeveelheid onderwijstijd voor ­lichamelijke opvoeding gewaarborgd blijft.

Daardoor hebben bijna alle leerlingen in het voortgezet onderwijs tot op de dag van vandaag voldoende lessen lichamelijke opvoeding en doen er jaarlijks liefst meer dan 100.000 leerlingen mee aan schoolsportacti­viteiten.

Uiteraard, als armoede de reden is waardoor kinderen niet kunnen deelnemen aan de sport- en bewegingscultuur, moet ook daar wat aan gedaan worden. Maar de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO) doet een appèl op het CDJA om samen met het CDA al die leerlingen te helpen die nu met maar één lesuur gym per week een achterstand oplopen.

En dat is, in navolging van wat er in het voortgezet onderwijs is geregeld, waarborgen dat alle kinderen op de basisschool in Nederland voldoende en goed bewegingsonderwijs krijgen, en daarmee gelijke kansen op een duurzaam actieve leefstijl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden