Patrick Meershoek.Beeld Artur Krynicki

Gullit en Rijkaard drukken korfballers in de vergetelheid

PlusPatrick Meershoek

Toen mijn schoonouders mij in de aanloop naar mijn huwelijk bij een kopje thee in de tuin vroegen of ik hun nog iets moest vertellen, overwoog ik heel even op te biechten dat ik in mijn jeugdjaren enthousiast lid was geweest van een korfbal-vereniging.

Ik hield de kaken toch maar stijf op elkaar, trouw aan mijn overtuiging dat slapende honden hun rust hard nodig hebben. Ik weet uit ervaring dat het uit de sportieve kast komen als korfballer zelden leidt tot de gewenste reacties. In het beste geval is mededogen je deel, in het slechtste geval hoongelach en een stempel dat nog lang zichtbaar blijft.

Dat was ooit anders, ontdekte ik toen ik in verband met de opening van het Cruyff Court in de geschiedenis van het beroemde Balboaplein in West dook. Het plein geniet tegenwoordig landelijke bekendheid als kweekvijver van beroemde voetballers als Ruud Gullit, Frank Rijkaard en Dries Boussatta, maar in de eerste helft van de vorige eeuw was korfbal er koning.

Op het Balboaplein waren maar liefst twee verenigingen actief, Rohda en Blauw-Wit. Met name Blauw-Wit grossierde in kam-pioenschappen. De zebra’s stonden onder leiding van de charismatische onderwijzer en latere verzetsman Joop Westerweel, die korfbal beschouwde als een wezenlijk onderdeel van het sociaaldemocratische beschavingsideaal.

De sport werkte zuiverend, meende Westerweel, en bevorderde de mensenkennis. “Een spel dat zulke hoge eisen stelt aan het moreel van zijn beoefenaars, leert ons vroeg of laat hun karakter kennen. Wat een ogenschijnlijk hechte vriendschappen heb ik zien stranden, nadat korfbal bepaalde waarheden had blootgelegd.”

Dat korfbal wordt gespeeld door mensen met een voortreffelijk moreel kan ik alleen maar onderschrijven, al moet ik toegeven dat ik stiekem ook diep onder de indruk was van Maud, een teamgenote die minstens twee koppen groter was en na afloop van de de wedstrijd Bryan Ferry liet schallen uit de jukebox in onze kantine.

Enfin, terzake. Het punt is dat die rijke korfbalhistorie van het Balboaplein vrijwel volledig is weggevaagd door de moderne voetbalgeschiedenis. Het succesverhaal van met name Gullit en Rijkaard heeft de prestaties van opeenvolgende generaties korfballers weggedrukt in de vergetelheid.

Ik neem maar een greep: Bram de Cocq van Delwijnen, Cor Karsen, Miep Wichard, Annie van Houten, Tiny van Lunteren, Henk ten Have, de zusters Vlietman, Bab Berrier, Miep Werker, Wim Geestman. Bij belangrijke wedstrijden trokken zij duizend toeschouwers naar het Balboaplein, en de omwonenden hingen uit de ramen.

Dat is voorbij, en daar doe je niks aan. Nou ja, u kunt na het lezen van dit stukje naar buiten lopen, de gebalde vuisten naar de hemel richten en zo hard schreeuwen dat het hele blok u horen kan: IK HOUD VAN KORFBAL EN DAAR SCHAAM IK MIJ NIET VOOR! En daarna snel weer naar binnen.

Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden