Opinie

'GroenLinks heeft hartjes in de ogen'

Volgens VVD'er Hala Naoum Néhmé weet GroenLinks zich geen raad met echte vrijzinnigheid. De voornaamste inspiratiebron, de jaren zestig en zeventig, leidt tot schadelijke behoudzucht.

Provo Luud Schimmelpenninck in de witkar met VVD-raadslid Wim Keja op de Dam, mei 1968 Beeld Joost Evers / Anefo

Onlangs betoogden de Amsterdamse gemeenteraadsleden Femke Roosma en Zeeger Ernsting (GroenLinks) in deze krant dat de overlast en drukte in Amsterdam niet te wijten zijn aan het vrijzinnige imago van Amsterdam ('de stad waar alles kan') maar aan de boze geesten van de markt die snijdende poolwind doen waaien door onze straten.

De auteurs presenteerden zich als ware hoeders van vrijzinnigheid, een term die zij vaagjes definieerden; iets met diversiteit en tegen een dwingende moraal. Wie had gehoopt op een doorwrochte beschouwing over vrijzinnigheid en haar precieze betekenis, kwam bedrogen uit.

Helderder was het betoog van Roosma enkele weken eerder tijdens de politieke beschouwingen in de gemeenteraad. Dat betoog laat zich in één woord samenvatten: behoudzucht. Het was een en al verlangen naar het verleden, naar de jaren zestig en zeventig met de romantische stadsrebellen die bewierookt werden als 'blijvende inspiratie'.

Over provo's en krakers zei Roosma het zo: "Wij zijn ze niet vergeten. Hun idealen niet en hun ideeën niet. En die hebben we in 2018 harder nodig dan ooit."

Wat waren die idealen en ideeën precies? En waarom zouden progressieve politici verlangen naar het verleden? Was GroenLinks niet de partij die nog enkele jaren geleden 'zin in de toekomst' als verkiezingsslogan had? Is dat nu veranderd in 'zin in het verleden'?

Wittefietsenplan
Te beginnen met de eerste vraag. Het is moeilijk te zeggen welke idealen GroenLinks nu harder nodig heeft dan ooit. Enerzijds werd in de jaren zestig en zeventig de basis gelegd voor de deeleconomie via bijvoorbeeld het wittefietsenplan.

Vandaag de dag is GroenLinks een actieve bestrijder van die deeleconomie. Raadslid Ernsting twitterde afgelopen februari: 'Delen' is steeds vaker stelen.

Ook zaaiden de jaren zestig en zeventig het zaadje voor het egoïsme dat de partij zegt te verwerpen. 'Doe je eigen ding' was niet voor niets een belangrijke slogan in die tijd, met het persoonlijke genot als alfa en omega.

Vrijzinnigheid die de norm bij de mens zelf legt, raakt per definitie aan egoïsme, omdat persoonlijke maatstaven voorop staan. Anders gezegd: het egoïsme waar GL tegen ageert, is in wezen een kernelement van vrijzinnigheid waar de partij juist voorstander van wil zijn.

Deze innerlijke tegenstrijdigheid is niet typisch voor GroenLinks. Het gedachtegoed uit de jaren zestig en zeventig zit vol innerlijke tegenstrijdigheden. Zo werd de overheid enerzijds minacht en verketterd, maar was wel alle hulp van de gemeente vereist bij woningbouw.

De andere kant van de door Roosma bewierookte idealen worden belichaamd door veelzeggende gebeurtenissen waarvan we ons moeten afvragen of Amsterdam ze niet liever kwijt is dan rijk. Zo eisten in de jaren zestig en zeventig studenten op de universiteiten minder leerdiscipline en raakten samenzweringstheorieën in zwang.

Bijvoorbeeld over het grootkapitaal dat bewust gekleurde arbeiders naar het Westen haalde om racisme van de blanke arbeiders bloot te leggen en verdeeldheid te zaaien binnen de arbeidersklasse. Over hoogleraren die bepaalde - hen onwelgevallige - studenten door de CIA betaalde pionnen beschouwden.

Denk aan het voorval waarbij UvA-hoogleraar Goudsblom tijdens een college suggereerde dat het nog onzeker was of de Russische revolutie het leven van de mensen in de Sovjet-Unie had verbeterd. Zijn studenten waren woest: twijfel aan Lenin stond gelijk aan steun voor de Amerikaanse bombardementen op Hanoi.

Fulltime actievoeren
Op sociaal-economisch gebied versoepelde gemeente Amsterdam de regels, zodat krakers naast een gratis woning ook een relatief hoge bijstandsuitkering konden vangen om fulltime te kunnen actievoeren.

Hala Naoum Néhmé

Gemeenteraadslid voor de VVD Amsterdam

Beeld -

De chaos en gewelddadige confrontaties die het gevolg waren van dat actievoeren, hebben onze stad ontwricht en verward. Toen krakers bij vele banken ruiten ingooiden, toonde CPN-leider (en latere wethouder) Walraven 'volkomen begrip voor de woede van de jongeren'.

Toen de rechter ontruiming beval van enkele gekraakte panden aan de Keizersgracht, zag het gemeentebestuur daarvan af 'om een bloedbad te voorkomen'. Het absolute dieptepunt was het bezoek van burgemeester van Thijn aan de onrustige Staatsliedenbuurt in 1984.

Tegen het advies van de hoofdcommissaris in en zonder politiebegeleiding had hij het aangedurfd het krakersterritorium te betreden. Hij werd door honderden krakers uitgescholden, bespuugd en verjaagd.

Wanneer burgemeester Halsema bespuugd zou worden, dan zou ik achter haar staan en geen enkele inspiratie halen uit de idealen van haar belagers. Want het gezag dat zij symboliseert, is ons gezag en als zij wordt aangevallen, wordt Amsterdam aangevallen. Wie dit niet zo ziet, heeft hartjes in de ogen. Hartjes over verroeste en voorbije tijden die onze stad schade hebben berokkend.

Amsterdam heeft politici nodig die in de geest van 2018 besturen en niet in die van 1968.

En trouwens: als je dan toch de idealen van 1968 adoreert, wees dan net zo consequent als de Provo's waren. Hef jezelf op voor je ingekapseld wordt door het systeem dat je wilt bestrijden en door het establishment dat je bekritiseert.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden