Opinie

'Grijze meningen broodnodig tussen al dat zwart en wit'

Discussies worden te ongenuanceerd gevoerd. Wat grijs is broodnodig tussen het zwart en wit, aldus Emile Schrijver. Voor musea is een rol weggelegd om bezoekers te ­informeren.

Affiche bij de tentoonstelling Face it!¿Oordelen op 't eerste gezicht Beeld Peggy Kuiper/Cake Film & Photography

In publieke debatten vliegen de meningen over culturele diversiteit razendsnel heen en weer. Daar zijn er heel wat van: Zwarte Piet, hoofddoeken, vluchtelingen en het antisemitisme dat al dan niet weer terug is in onze straten, om er maar een paar te noemen.

Kernwaarden van ons verlichte leven en denken, zoals de vrijheid van meningsuiting, het belang van historische nuancering, wellevendheid, de redelijkheid ook, lijken daarbij inmiddels begrippen die degenen die zich erop beroepen vooral diskwalificeren, bijvoorbeeld, van rechts, als 'linkse gutmenschen' of, van links, als 'populistische schreeuwlelijken.'

Wat vindt u? Meepraten kan onder dit artikel.

Het recente succes van Jan Terlouws oproep elkaar weer te vertrouwen wijst op een diepe maatschappelijke behoefte daaraan. Maar waarom wordt Hanneke Groenteman dan vooral op sociale media verketterd als ze in haar televisieserie 'De kanarie in de kolenmijn' geschokt reageert op hedendaags antisemitisme?

Is haar verontwaardiging minder oprecht, en misschien zelfs onbetrouwbaar, als die later ontstaat dan bij haar critici?

Dweilen
Waarom wordt elke poging greep te krijgen op verharding in onze maatschappij afgedaan als mosterd na de maaltijd en dweilen met de kraan open, alsof, om een ander spreekwoord te gebruiken, niet alle kleine beetjes helpen?

De recente boze, of bozige, reacties op Sunny Bergmans 'Wit is ook een kleur' spreken in dit opzicht ook boekdelen. Wat is er tegen te benoemen dat gekleurd anders is dan blank?

Een deel van het antwoord op de vraag waarom publieke discussies zo ongenuanceerd gevoerd worden, schuilt in wat ik de illusie van onze informatiesamenleving zou willen noemen. We googelen even, komen wat meningen tegen op Facebook, en laten ons bij voorkeur informeren door media waarvan we denken, of weten, dat ze ons eigen standpunt zullen verkondigen.

Emile Schrijver is directeur van het Joods Historisch Museum en Joods Cultureel Kwartier in Amsterdam en bijzonder hoogleraar aan de UvA. Beeld -

We hebben daarna het gevoel dat we goed beslagen ten ijs komen, maar de waarheid is natuurlijk grilliger. Een debat is vooral zinvol als dat gevoed wordt met verschillende, afwijkende standpunten.

En een debat kan alleen maar op een zinvolle manier gevoerd worden als de gesprekspartners elkaars motieven durven te vertrouwen en eventuele meningsverschillen ruimhartig kunnen accepteren.

Hoe kunnen we dat vertrouwen en die noodzakelijke nuancering terugbrengen in onze debatcultuur? Uiteraard mogen we professionele media aanspreken op hun verantwoordelijkheid, maar dat is te kort door de bocht. Kleur bekennen is immers ook voor professionele media vaak een noodzaak.

Een belangrijke rol is ook weggelegd voor het onderwijs. Maar we moeten onze leerkrachten dan wel uitrusten met de vaardigheden die noodzakelijk zijn om jongeren de weg te wijzen in het moderne informatiedoolhof. Nu kennen die leerlingen de digitale wereld vaak veel
beter.

Mogelijkmaker
De overheid? Zeker, maar die is vooral een 'mogelijkmaker' en daarom afhankelijk van de inbreng van burgers en hun grote en kleine initiatieven, en van alle mogelijke maatschappelijke en culturele organisaties.

Daar kan die genuanceerde informatie op betrouwbare wijze aangeboden worden en is de consument van die informatie 'veilig' om zijn of haar eigen opvattingen te toetsen.

Een museum is als breed toegankelijke instelling naar mijn mening bij uitstek geschikt voor die rol. Dat kan met tentoonstellingen, met digitale presentaties, en met debatten en andere publieksevenementen.

Een museum is een plek die altijd open is voor iedereen, maar het is tegelijk een illusie te denken dat ook alle minderheden en alle boze witte mensen de weg daarheen zullen weten te vinden.

Bezoekers komen naar binnen omdat de programmering ze interesseert en musea moeten zich concentreren op de kwaliteit van die programmering. Als die bezoekers vervolgens beter geïnformeerd iets met die informatie doen, is de missie voltooid.

Als musea dat samen doen met de professionele media, het onderwijs en andere maatschappelijke organisaties ontstaat er misschien weer wat broodnodig grijs, tussen zwart en wit.

In het Joods Historisch Museum is tot en met 16 april de tentoonstelling Face it! Oordelen op 't eerste gezicht te zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden