Volgens Wiering schiet seksuele voorlichting op veel middelbare scholen nog altijd tekort.

Opinie

‘Grenzen stellen is nog altijd aan het meisje’

Volgens Wiering schiet seksuele voorlichting op veel middelbare scholen nog altijd tekort.Beeld Getty Images

De manier waarop we in Nederland seksuele voorlichting geven is open en neutraal. Toch? Antropoloog Jelle Wiering nuanceert dat beeld sinds hij onderzoek heeft gedaan naar Nederlandse seksuele voorlichting.

In Nederland zijn seksuele voorlichters het opvallend vaak met elkaar eens. Seks moet vaker bespreekbaar worden gemaakt; mensen moeten leren om open over seks te praten om zo de taboes die er nog (steeds) zijn te doorbreken; de strijd voor seksuele vrijheid die begon tijdens de seksuele revolutie in de late jaren 60 dient te worden afgemaakt.

Dit seksuelevrijheidvertoog is zo dominant dat het de koers en vorm van de Nederlandse seksuele voorlichtingen voor een groot deel bepaalt. Dat lijkt logisch, want wie is er anno 2020 nog voorstander van preutsheid en taboes?

Als antropoloog deed ik anderhalf jaar onderzoek in het Nederlandse veld van seksuele gezondheid. Ik interviewde professionals in het veld, observeerde tijdens seksuele voorlichtingen en werd zelf ook getraind tot voorlichter. En inderdaad, of we het nu hebben over voorlichters, seksuologen of huisartsen: problemen op het gebied van seksualiteit worden continu toegeschreven aan taboes en preutsheid. Mijn bevindingen wijzen echter ook op andere pro­blemen die onderbelicht blijven door de overdreven focus op taboes.

Ik observeerde bijvoorbeeld dat veel seksuele voorlichtingen verschillende rollen aan jongens en meisjes toeschrijven. Een typisch voorbeeld is het volgende toneelstuk, opgevoerd voor middelbare scholieren. De hoofdrol is voor een jongen die graag seks wil hebben met zijn vriendin, die dat op dat moment niet wil. De jongen blijft aandringen en het meisje stemt uiteindelijk toe, wat tot een uiterst vervelende ervaring leidt. Het toneelstuk wordt daar stopgezet en met de klas geanalyseerd, waarbij geconcludeerd wordt dat het meisje duidelijker had moeten zijn in het communiceren van haar grenzen en de jongen toch vooral had moeten inzien dat het meisje duidelijk haar grens aangaf.

Praten wordt afgestraft

Wat we zien is hoe het toneelstuk meisjes aanmoedigt om actief na te denken over grenzen opstellen en bewaken en hoe ze die grenzen moet communiceren aan jongens. Jongens wordt vooral verteld dat ze zichzelf moeten disciplineren en bovenal goed de signalen van meisjes in de gaten moeten houden.

Meisjes wordt dus een actieve rol als ‘kartrekkers van seks’ in de schoenen geschoven: zij worden verantwoordelijk gemaakt voor het nadenken over seksualiteit, het ontwikkelen van grenzen qua seksueel gedrag en het duidelijk communiceren naar jongens. Jongens, echter, worden gestimuleerd vooral een passieve rol aan te nemen, te luisteren en zo goed te kunnen observeren wat deze gecommuniceerde protocollen precies zijn.

Deze rolverdeling wordt nog eens extra bevestigd doordat de meeste seksuele voorlichters vrouw zijn. Er was één leerling die dit zelfs aan mij vroeg: “Waarom ben jij geen vrouw?”

Hoewel deze rolverdeling begrijpelijk is – het is helaas eenvoudig in te zien waar deze noodzaak tot het voorzichtig zijn van meisjes alsmede het disciplineren van jongens vandaan komt – houdt het veel problematische ideeën op het gebied van seksualiteit en gender in stand. Het gebrek aan (mannelijke) kennis over vrouwe­lijk seksueel genot, de verwachting dat vooral moeders ‘the talk’ gaan houden met hun kinderen, het feit dat vooral vrouwen aan de pil gaan terwijl mannen het bij een condoom houden: het zijn allemaal signalen die laten zien dat de verantwoordelijkheid voor seks momenteel vooral bij vrouwen ligt. Die verdeling wordt dus onbewust bevestigd door de rolverdeling bij seksuele voorlichting.

Een belangrijke stap naar meer verantwoordelijkheid bij mannen voor hun seksgedrag kan worden gezet door jongens te leren actief na te denken over de randvoorwaarden van seks. Of, zoals een vrouwelijke leerling eens zuchtend tegen me zei: “Leer jongens alsjeblieft dat ze zelf eens beginnen te praten over seks. Dat wij het niet erg vinden dat dat niet zo cool is.”

Een ander probleem binnen de seksuele voorlichtingswereld: het bespreekbaar maken van seksualiteit is niet per se iets positiefs.

Als voorlichter werd ik aangemoedigd om leerlingen te betrekken in gesprekken over seksualiteit. Als ik voor een middelbareschoolklas stond probeerde ik, gemotiveerd door mijn training, collega’s en normale docenten, een gesprek op gang te brengen. Ik creëerde in mijn lessen een veilige en open omgeving, waar leerlingen zich vrij voelden om vragen te stellen en zo dus subtiel gestimuleerd werden om over seksualiteit te praten.

Valse belofte

Maar langzamerhand kreeg ik mijn twijfels bij deze methode. Als er in de gesprekken in de klas veel vragen waren geweest over de pil, vertelde de schooldocent mij na afloop dat zij contact ging zoeken met de ouders, want blijkbaar speelde er wat. En uiteraard heb ik geen idee hoe klasgenoten elkaar na afloop van de les op hun bijdrage afrekenden.

Naarmate ik meer lessen gaf, bleek het idee van een open en veilige omgeving waar alles zonder consequenties gezegd kon worden, steeds twijfelachtiger. Ik werd huiveriger om leerlingen aan te moedigen mee te doen in het gesprek, omdat ik vond dat ik ze een valse belofte deed, want er waren misschien wel degelijk consequenties. Hier kreeg ik vervolgens van de normale docenten en andere voorlichters commentaar op, want die wilden dat ik de gesprekken concreet maakte voor de leerlingen, zodat ze zich eraan konden relateren.

Mijn twijfels over deze gesprekken over seksualiteit in de klas werden bevestigd toen een uiterst dappere leerlinge tegen mij zei: “Ik praat wel over seks, alleen niet met jou.”

Seksuele bevrijding

Ik ben ervan overtuigd dat meer leerlingen dit tijdens seksuele voorlichting zouden willen zeggen tegen hun voorlichter. Maar ze durven het niet, of hebben niet echt door wat precies gebeurt tot het te laat is: ze worden in de klas betoverd door de zogenaamd veilige sfeer of durven zich niet kritisch te uiten vanwege hun klasgenoten of het feit dat ik als volwassen voorlichter een machtspositie heb.

Met wie je praat over seksualiteit, waar, waarom en wanneer zijn belangrijke vragen waar het idee van een open gesprek over seksualiteit in de klas aan voorbij lijkt te gaan. We zouden er goed aan doen om vaker kritisch te reflecteren op wat we in onze seksuele voorlichtingen vertellen, wie dat doet, waarom, hoe en wat de gevolgen kunnen zijn. Seksuele bevrijding en gendergelijkheid zijn, ook in een seculiere omgeving, absoluut nog niet af.

Jelle Wiering is antropoloog.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden