null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Grabowski, en twee andere -ski’s waarmee ik groot ben geworden

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Vorige week had ik het over de Gooische Moordenaar. De tramlijn tussen Amsterdam en Hilversum die begin vorige eeuw nogal wat slachtoffers maakte. Ik vroeg me af of er mensen waren die er nog vanaf wisten.

Behoorlijk wat lezers mailden, zij hadden nog levendige herinneringen aan die tram, of hadden er nog een ritje mee gemaakt. Een lezeres vertelde dat in het Singer Museum in Laren een schilderij hangt van Jan Sluijters uit 1910 met de titel: Zomer in Laren met tram De Gooische Moordenaar. Een meneer mailde me de tekst van een soldatenlied waarin de Gooische Tram figureert.

Waarmee ik de link naar de oorlog kan maken. De oorlog die, nu ik binnen moet blijven, wat al te opdringerig via tv en krant en tijdschrift en radio en telefoon tot me komt.

Op zoek naar ander nieuws trof me het bericht van de dood van Jürgen Grabowski.

Ik zal niet vragen wie nog herinneringen heeft aan Jürgen Grabowski, want er zijn nog heel veel mensen die zich de zevende juli van het jaar 1974 goed herinneren.

Je zou kunnen zeggen dat ik ben opgegroeid met Jürgen Grabowski.

Een deel van mijn leven keek ik op zaterdagavond om zes uur naar de samenvattingen van het Duitse voetbal van Die Sportschau. En Jürgen Grabowski zat altijd in de uitzending, want hij speelde zijn hele carrière voor Eintracht Frankfurt.

Grabowski.

Mooie naam.

Net als Kowalski en Schimanski, twee andere -ski’s waar ik groot mee ben geworden. (Kowalski was een Duitse newwaveband. Een jongen uit mijn klas, Karl, gaf iemand en cassettebandje met de muziek van Kowalski. Het werd een hebbedingetje. Karl nam vervolgens tegen een vergoeding voor iedereen die dat wilde cassettebandjes op met Kowalski. Ik denk dat hij nu in luxe jachten doet, of zoiets. Schimanski was Horst Schimanski, rechercheur bij de Kripo Duisburg in tientallen afleveringen van de televisieserie Tatort. Zo worden ze niet meer gemaakt.)

De oorlog, die andere, was nog niet vergeten in 1974, toen Nederland en West-Duitsland de finale van het wereldkampioenschap voetbal speelden. Op 7 juli dus.

Jürgen Grabowski vierde die dag zijn dertigste verjaardag. Dat lees ik nergens terug in de korte berichten over zijn dood op 10 maart.

Hoe mooi wil je het hebben? Dertig worden en dan de wereldbeker omhooghouden.

Van Wikipedia dit citaat: ‘Uiteindelijk groeit hij hier uit tot de absolute vedette. Ondanks dat hij er niet uitzag als een leider met zijn smalle gezicht, vale haar en beroemde snor, bezat hij wel de capaciteiten om uit te groeien tot de grote ster van Eintracht.’

En wel wereldkampioen. Dat kan geen enkele Nederlandse voetballer zeggen.

(Vaal haar en beroemde snor. László Fazekas! Wie kent hem nog?)

Overigens is Grabowski pas de tweede speler van dat elftal (West-Duitsland wisselde niet) die is overleden. Gerd Müller is die andere. Van de dertien Nederlanders die in de finale speelden zijn er vier gestorven: Wim Suurbier, Wim Jansen, Johan Cruijff en Robbie Rensenbrink.

Maar dit geheel terzijde.

Jürgen Grabowski’s grootste wapenfeit? Onze jarige job gaf op 7 juli 1974 in de 43ste minuut van de finale een pass op de vrijelijk, als de Gooische Moordenaar opstomende Rainer Bonhof. Hoe dat verder ging weet u nog wel.

Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden