Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

‘Godverdomme, die kuthond. Kan echt niet’

PlusTheodor Holman

Het hondje heette Tommie.

“Als je naar pappa gaat mag je Tommie meenemen. Dus hij is altijd bij je,” zei z’n moeder.

Hij ging naar de mand waarin de hond lag en aaide hem. Tommie liet het zich welgevallen.

“Breng jij me?” vroeg hij aan z’n moeder.

“Nee, pappa komt je halen.”

“Met tante Ingrid?”

“Nou, dat denk ik niet schat.”

Hij wilde niet naar zijn vader, niet als tante Ingrid er was.

“Mamma?”

“Ja, schat.”

“Tommie wil niet naar pappa.”

“Hij moet. Net als jij.”

Even later ging de deurbel.

Tommie begon te blaffen.

“Doe jij open? Het is pappa!”

Hij liep de gang in, Tommie kwispelstaartend achter hem aan.

Zijn vader zei meteen: “Kom lieverd, we moeten weg. Oma komt straks.”

“Ik moet m’n jas aan.”

“Schiet op.”

“Tommie moet z’n riem.”

“Tommie kan niet mee, lieverd.”

“Tommie mag wel mee van mamma.”

“Van mij niet!”

Tommie bleef enthousiast kwispelstaarten.

De jongen rende naar zijn moeder en legde in scherven van zinnen uit dat Tommie niet mee mocht. Ze liep met haar jongen mee naar de gang. Vader stond nog steeds resoluut buiten.

“Ik heb hem beloofd dat Tommie mee mag,” zei moeder.

“Godverdomme, die kuthond. Kan echt niet. Ingrid haat honden en is panisch en mamma komt straks.”

De jongen besloot op dat moment te huilen.

“Stop met huilen,” zei z’n vader, “we gaan allemaal leuke dingen doen!”

“Ik wil Tommie mee.”

“Stop met huilen!”

“Wat voor leuke dingen dan?”

“Met oma.”

“Ja, wat voor leuke dingen gaan jullie eigenlijk doen?” vroeg z’n moeder aan vader.

“Ik wil geen leuke dingen doen,” zei de jongen snel. “Mamma heeft beloofd dat Tommie mee mag.”

“We hebben dit besproken,” zei moeder.

“Het kan nu niet,” zei vader.

“Waarom niet?”

“We kunnen hem ook niet drie keer uitlaten. Het gaat gewoon niet!”

“Ga jij even met Tommie naar de keuken, lieverd,” zei moeder.

Hij legde eerst z’n handen op z’n eigen oren, maar toen Tommie tegenover hem zat, legde hij zijn handjes op diens oren, maar dat wilde Tommie niet.

Z’n moeder kwam de keuken in.

“Jullie blijven hier,” zei ze.

Hij aaide Tommie.

Z’n moeder pakte haar mobiele telefoon en ging bellen.

“Nee… Kan dus niet, na negenen misschien… Nee, dat gaat dus niet. Hij is hier… ”

Tommie ging onder de tafel liggen. Dat deed hij ook.

“Het spijt me heel erg,” hoorde hij z’n moeder zeggen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden