Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

‘God, waarom heeft u mij gevuld met angst?’

PlusTheodor Holman

‘Hebben jullie mondkapjes bij jullie?” Opa stelt domme vragen. Hij weet het. Toch stelt hij ze.

Het moet te maken hebben met het willen bezweren van ­mogelijk ongeluk.

“En je hebt die reisapp van Buitenlandse Zaken, hè?”

Dochter reageert niet eens, ze moet een pop die onder de voorbank van de auto is gevallen proberen te vinden, terwijl er twee kinderen huilen.

“Jongens, niet huilen. Kijk eens wat opa nog heeft voor de reis?”

Het is een lullig zakje drop. Vroeger kreeg ik van mijn moeder altijd twee rolletjes drop mee, maar er bestaan geen rolletjes drop meer.

Ik begrijp opeens dat er bepaalde stammen zijn die, alvorens de mannen op jacht gaan, een rituele dans beginnen. Je wilt namelijk meer dan alleen wat wuiven met je hand.

Je wilt ook je angst wegduwen.

“God, waarom heeft u mij gevuld met angst?”

“Ik heb alle mensen gevuld met angst.”

“Waarom toch?”

“Omdat Ik hoop dat ze door angst het leven meer gaan waarderen. Overigens vind Ik de mensen nog niet bang genoeg. Ergens deed Ik iets fout.”

Mijn dialoog met de Grote Psychiater wordt gestoord door een startende motor. Ik hou de auto nog even tegen en kus het raam waarachter de kleinkinderen mijn drop aan het eten zijn.

Mijn dochter draait het raampje van de auto open.

“Het is allemaal vlakbij, pap. En ik heb mijn iPad bij me, dus ik kan de Nederlandse kranten, de Nederlandse televisie, de Nederlandse radio en zelfs jou elke dag zien, wat ik niet wil. Je bent je nou weer aan het ­aanstellen.”

Ze heeft gelijk. Maar als ik mijn gevoelens niet overdrijf, ben ik bang dat niemand ziet wat ik werkelijk voel en ik wil ook wat medelijden, want pas dan weet ik dat mijn angsten serieus worden genomen. Ik probeer me er onderuit te glimlachen, terwijl ik maar verzwijg dat ik met honderden doodsgedachten zit.

Dommig loop ik naar het midden van de weg en als een volleerd politieagent wijs ik dat er geen verkeer aankomt en ze kunnen vertrekken. De kinderen hebben opdracht gekregen te zwaaien en doen dat terwijl ze niet naar me kijken.

De auto wordt kleiner en ik doe mijn rituele zwaaidans met één hand. Even overweeg ik snel mijn tas in te pakken en ze stiekem achterna te reizen. Maar ik ben helaas wijs.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden