Column

Gewoon een man voor wie je net iets beter je best wilde doen

James Worthy.Beeld Agata Nowicka

De vorige keer dat ik iets over onze burgemeester schreef, was op de dag dat ik hoorde hoe verschrikkelijk ziek hij was. Diezelfde avond nog kreeg ik een telefoontje van de man over wie ik had geschreven. Ik stond te koken, iets met macaroni, toen ik zijn stem hoorde. Die krokante stem. Hij klonk alsof hij de Elfstedentocht had gerookt. Ik was gek op zijn stem.

Onze burgemeester klonk steevast als een vader die tegen ons zei dat we niet zo veel moesten drinken, terwijl hij aan de bar stond om nog een biertje voor ons te halen. Hij wist wat goed voor ons was, maar hij wist ook dondersgoed dat we Amsterdammers waren.

Nadat hij had opgehangen, droomde ik wat verder over zijn stem. Ik had nog nooit zo'n onverwoestbaar ­tere stem gehoord. Hij klonk als één nacht ijs, en toch wist ik ­zeker dat alle inwoners van onze stad op dat flinterdunne laagje ijs zouden kunnen staan. Het zou nooit ­breken. Het ijs was misschien niet dik, maar het was Eberhard.

In ons korte gesprekje zei hij dat hij van mijn column had genoten, maar dat het nu wel klaar was. Dat ik niet nog een keer over hem mocht schrijven. En dat er ­genoeg andere Amsterdammers waren over wie ik kon schrijven. Ik vond dat mooi. Mijn opa zei altijd dat ­echte helden het liefst onzichtbaar blijven. Ik heb mijn opa nog nooit gezien. Alle helden worden onzichtbaar.

Onze burgemeester zag ik soms, althans, ik zag wat hij met de stad deed. Een maand geleden zag ik hem door de Jordaan lopen. Van een afstandje keek ik naar hem. Het regende zacht, maar niet schijterig, het regende Eberhard. Hij liep over het natte asfalt onder een doorzichtige paraplu. De paraplu was doorzichtig omdat de vogels, de wolken en de vliegtuigen hem ook wilden zien.

Op het moment dat hij een straat in liep, zag je de straat nog iets meer haar best doen. De huizen hielden hun buiken in, de gordijnen gingen recht hangen en de bomen gingen op hun tenen staan. Dat was onze burgemeester. Gewoon een man voor wie je net iets beter je best wilde doen.

Vanochtend liep ik langs de grachten en alles voelde leeg aan, alsof er bij iedereen ingebroken was. En alles had wallen.

Als de grachten niet konden slapen, wiegde onze burgemeester ze in slaap. En als de flats in de Bijlmer het koud hadden, blies hij de hoogbouw warm. Hij was het steuntje in de rug van elke brug die op instorten stond. De minst krakende tree in elke trapgevel.

Hij was het broodje bal als je al drie dagen niet gegeten had. Hij was onze burgemeester. Het troostende licht aan het einde van de IJtunnel. Hij was onze burgemeester.

Een man met een stem als een schuurspons en het allerschoonste hart van allemaal. Hij was gewoon een Amsterdammer.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Zie ook:

- Burgemeester Eberhard van der Laan werkte maandenlang door, ondanks zijn ziekte. Hij deelde uit, incasseerde. Hij was kwetsbaar en scherp: De laatste maanden van Van der Laan als burgemeester.

- Geliefd was hij altijd al, maar nadat Van der Laan meldde dat hij ziek was steeg zijn populariteit tot ongekende hoogte: De burgemeester die een volksheld werd.

- Een burgervader die geliefd was bij alle Amsterdammers, maar ook een harde bestuurder die werd gevreesd door zijn ambtenaren. Joviaal en charmant, maar soms ook bot en bloedchagrijnig. Een straatvechter met een hekel aan verliezen: Amsterdam is zijn geliefde, integere doordouwer kwijt.

Eberhard van der Laan, de bepalende momenten uit zijn leven

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden