Maarten Mol Artikel Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol ArtikelBeeld Sjoukje Bierma

Geweldige winkel. Mijn dochters mochten er altijd naar de wc

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

We kunnen heel goed zonder de fysieke boekhandel.

Voor u mij wilt kielhalen: dat zijn niet mijn woorden, maar die van mijn vriend Hartjes. Hartjes is een romanticus, en dan zou je zeggen dat juist hij de boekhandel omarmt, maar vreemd genoeg is dat dus niet zo. “Al die mensen die maar aan al die boeken zitten...”

(Toen hij nog tweehoog op de Marnixstraat in zijn plakkerige kamertje woonde, was er van smetvrees bepaald geen sprake.)

Als ik met enige pathos zeg dat de boekhandel een schuilplaats is voor de ziel, moet hij altijd vreselijk lachen. Dan ben ik de romanticus. En een aansteller.

Dus ging ik zaterdag in mijn eentje naar de Linnaeus Boekhandel, mijn favoriete boekenwinkel die zijn 30-jarige bestaan vierde. Ik kom er al twintig jaar.

Geweldige winkel. Mijn dochters mochten er altijd naar de wc. Mijn moeder ook.

Ik raakte in gesprek met een kwieke, 75-jarige vertaalster uit het Engels.

“Hoe ik ben begonnen? Nou ik belde gewoon een uitgeverij en vroeg of ze interesse hadden in een vertaling van een boek van Beckett. En dat hadden ze. Toen ben ik dat maar gaan doen, samen met nog iemand.”

Zo ging dat vroeger.

“Ja, brutalen hebben de halve wereld. En ik wil er wel mee stoppen, maar het is nog veel te leuk. En de jeugd staat geloof ook niet echt te trappelen.”

Babs Gons las een mooi gedicht voor over wat boeken voor haar betekenden.

Het was een zeer genoeglijke middag.

Met I. – een van mijn favoriete verkoopsters (ja, ook gij, E.) die er desalniettemin al drie maanden niet meer bleek te werken dus hoezo is het je favoriete boekhandel? – had ik het over het gebruik van boeken.

Het knakken van boekruggen.

I. huiverde.

Over ezelsoren.

I. trok een vies gezicht,

Met een pen schrijven in boeken.

I. keek me ontzet aan.

De kwieke 75-jarige vertaalster kwam erbij staan.

“Op rugzakvakanties scheurden we gelezen delen zo uit de boeken en gooiden die weg, dat scheelde weer bagage.”

I. moest even een slokje water nemen.

“Ik ken iemand die met de vier delen van De man zonder eigenschappen een gat in het plafond heeft gedicht,” zei ik. (Hartjes, natuurlijk.)

Voor we het boek helemaal afbraken, kwam er iemand voorbij met een schaal hapjes.

Al kauwend (blokje kaas met een groene olijf, hoe simpel kan het zijn) keek ik naar de boeken die vlak voor ons op een tafel waren uitgestald.

Ik werd er hebberig van.

“Ik hoef van mezelf sinds kort boeken die ik niet goed vind, of gewoon saai, niet meer helemaal uit te lezen,” zei de kwieke 75-jarige vertaalster.

Er hingen linten met foto’s uit het 30-jarig bestaan door de winkel. Bekende schrijvers, maar ook klanten.

Ik zag mezelf, ik geloof op eentje die was gemaakt toen de zaak 25 jaar bestond. (Ik had die middag met iemand een gesprek over kamerplanten.)

Er is een hoop gebeurd in die vijf jaar.

Het leek op de foto wel of ik mijn haar toen verfde.

En deze boekhandel, meneer Hartjes, bestaat dus nog gewoon.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden