Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Gevaarlijk dicht bij mijn oor kwam ze met haar schaar

PlusMaarten Moll

Het was een geregel, maar ik had het dan toch voor elkaar.

Een paar uur de wereld in. Ik had drie afspraken. Op één dag. Tandarts, kapper, boekhandel.

Eerst de date met de tandarts (controle).

Na een minuut: “Alles rustig daarbinnen, tot over een halfjaar.”

Veel te snel stond ik weer buiten. Vroeger stond ik dan stil juichend op de stoep, met de hele wereld voor me om te veroveren. Nu voelde ik me toch een beetje afgewezen. Ik ging met mijn tong rond door mijn mond, maar kon niets vinden.

Bij de kapper zat ik buiten op een stoel te wachten, want ik was te vroeg. Ik kon binnen het verwoede knippen van de scharen horen.

“Meneer Knol?”

Gaf niets, het was vast de stress vanwege de drukte.

“Moll,” zei ik, want voor je het weet ga je als Knol door het leven, maar de omroepster was alweer naar binnen toe. Waar ik gedecideerd naar een stoel werd geleid.

Ik werd in een recordtempo geknipt. (Stom, ik had mijn haar thuis gewassen. Knieperd.)

De kapster probeerde gezellig met me te praten, maar zat ook de hele tijd op de klok te kijken.

Nou ja, praten, ze hield een monoloog over haar hond, dat ze de hond had proberen te knippen, ‘want ik ben nu eenmaal kapster en haar is haar, toch, ja, dat dacht ik dus ook, nou ja, en dat ging dus helemaal fout, want hij zat niet stil, ach die lieverd, waarom zat ie nou niet stil, nou ja, in ieder geval heb ik in zijn oor geknipt, ja, janken, zo zielig, heb je weleens een hond echt horen janken… nou ja, pleister erop, en wij naar een dierenarts, maar vind maar eens een dierenarts om elf uur ’s avonds, maar goed, toch een gevonden, en dus in de auto met die hond, m’n handen onder het bloed, heb je dat weleens gezien, hondenbloed, en heel zacht piepen die lieverd… en die ogen, mijn god, die ogen… nou ja, is weer goed gekomen hoor, alles keurig aan elkaar genaaid. Maar wat een avontuur… Oren vrij, meneer?’

Gevaarlijk dicht bij mijn oor kwam ze met haar schaar. En maar op de klok kijken.

Ik bedwong de neiging met mijn handen mijn oren te bedekken.

“Graag,” zei ik, iets benepener dan gewild.

Met twee ongeschonden oren op naar de boekhandel.

Waar ik in mijn eentje een kwartier rond mocht kijken. De ogen van verkoopsters in mijn rug. Ik was er met mijn hoofd ook niet bij. Ik moest de hele tijd aan die hond denken. Vlekkie was de naam, geloof ik.

Thuis bleek dat ik een boek had gekocht dat ik al had.

Wat katterig zat ik op de bank, als na een halfgeslaagd schoolreisje.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden