James Worthy.Beeld Agata Nowicka

Gesloten mannen blijven langer knapperig

PlusJames Worthy

Ze gooit een envelop bij hem door de brievenbus. Hij woont op de Stadhouderskade. Wat ze leuk vindt, want als ze bij hem in de buurt is gaat ze alleen nog maar meer van de stad houden. Sinds twee maanden is ze smoorverliefd op hem. Ze zag hem voor het eerst in de Bloemenbar. Een lange jongen. Hij stond naast een vriend die maar bleef praten. Ze houdt niet van praters. Praten is de aartsvijand van mysterie. Daarom vond ze hem meteen al leuk. Hij zei niets. Stille mannen doen haar aan dichte pakken knäckebröd denken. Gesloten mannen blijven langer knapperig.

Ze vond zijn schoenen ook mooi. Hij droeg bergschoenen. Hij was klaar voor de klim en haar hart was Mount Everest.

Dat is het altijd al geweest. Het dak van de wereld. Levensgevaarlijk zonder gids. Ze hoopt dat iemand een keer de top wil bereiken. Haar hart is al vaker beklommen. De noordflank ligt vol vergeten kompassen en hoofdlampen. Er zijn al wat mannen gesneuveld en er waren er ook een paar die na het bereiken van het tweede basiskamp simpelweg niet verder meer wilden klimmen.

Opeens gaat de voordeur open. Hij staat in de deuropening met de rode envelop in zijn handen.

“Het is volgende week pas Valentijnsdag. Je bent een week te vroeg,” zegt hij. Dit is de eerste keer dat ze hem hoort praten. Een stem als een kapotte wekker. Rust­gevend.

“Ik kon niet langer wachten. Misschien zijn we er morgen niet meer. Ik wil het niet, maar het zou kunnen. Daarom ben ik een week te vroeg. Je moet weten wat ik allemaal voel.”

“Wat voel je dan?”

“Lees de brief maar. Ik wacht wel op een bankje in het Eerste Weteringplantsoen. Als je naast me plaatsneemt, weet ik dat het goed zit.”

Hij scheurt de envelop open en kijkt naar hoe ze de drukke straat oversteekt. Als ze aan de overkant is, kijkt hij naar de brief. Blauwe letters op lichtgeel briefpapier. Haar letters zijn als regendruppels op een mooie lentedag. Samen vormen ze een plas. Hij kijkt in de plas en ziet zichzelf. Een betere versie van zichzelf. Hij leest de laatste zin. ‘Ik wil goud met je worden.’ De jongen plukt een jas van de kapstok en loopt naar buiten.

“Wat bedoel je met ik wil goud met je worden?” vraagt hij. Zijn kant van het bankje is nat, maar dat maakt hem niet uit. Hij gaat naast haar zitten.

“Iedereen kan oud met elkaar worden. Oud worden gaat vanzelf. Bij elkaar blijven en edelmetaal van elkaar maken, dat is wat ik wil.”

“Je brief is schitterend. Je zinnen laten de toekomst kwispelen.”

“Dat doe jij met me. Jij bent de allerlaatste paracetamol in de laatste strip.”

“Wat bedoel je?” vraagt hij.

“Heb je weleens hoofdpijn en dat je dan in het doosje kijkt en er nog maar één strip in zit. En in die strip zit nog maar één pil. De laatste paracetamol is de beste paracetamol. Gewoon omdat het moet. De winkels zijn dicht en je hebt pijn. Die laatste pil zorgt voor je. En is beter en sterker dan alle andere pillen.”

“Ik hoop dat ik dat ben, maar nog even over de brief. Wat bedoelde je met dat je hoopt dat je hart niet te steil is?”

“Gewoon, wat als mijn hart te steil voor je is?”

“Dan zal ik blijven klauteren.”

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden