Gijs groenteman Beeld Artur Krynicki

Geruststellend: als ik 65 ben, pakken we die cup!

Plus Gijs Groenteman

Ik haalde mijn zoon gister­middag met zwaar gemoed uit school: hoe was hij eraan toe? Woensdagavond had hij de Johan Cruijff Arena brullend verlaten, vlak na het laatste fluitsignaal begon hij ijselijk te schreeuwen – “Waarom?!” – terwijl hij zichzelf ritmisch tegen het voorhoofd sloeg.

Tja, waarom? Goeie vraag. Waarom zitten we in dit stadion? Waarom doen we onszelf dit aan? Beter gezegd, waarom doe ik hém dit aan? Waarom heb ik hem wijsgemaakt dat Ajax belang­rijk is? Waarom laat ik hem dit soort emoties door­maken? Als we naar het Jeugdjournaal kijken, vraag ik me af ik of mijn kinderen allerlei rampspoed moet voorschotelen, waarom heb ik mij niet af­gevraagd of ik hem aan dit soort spanningen bloot moet stellen?

“Ja Ben, dit is voetbal, zo hard kan het zijn,” murmelde ik zonder veel overtuiging.

“En nu komt er natuurlijk weer zo’n kuttrainer met allemaal van die saaie spelers!” stootte hij uit. Hij is pas negen, maar heeft al een haarscherp oog voor de loop der dingen bij Ajax. Toch vond ik dat ik hem nu streng moest toespreken: “Ben, wij houden van Ajax, we gaan nu een nieuw team bouwen, en dat is ook leuk!”

Ondertussen vroeg ik me af waarom het nou toch was mis­gegaan. Ik somde voor mezelf een paar redenen op. Femke Halsema had al dagen geleden gezegd dat het bij Champions Leaguewinst geen taboe meer was om over een huldiging van Ajax op het Museumplein te ­praten: te vroeg om over Champions Leaguewinst te beginnen, niet doen! Verder lagen er op de stoelen van de Arena stoffen vlaggetjes in plaats van plastic exemplaren. Ze zwaaiden minder lekker en maakten een ander geluid: een belangrijke oorzaak van Ajax’ verlies. Ten derde speelde Tottenham Hotspur gewoon beter dan Ajax, dat telt ook mee.

Toen we eenmaal buiten de Arena stonden was mijn zoon nog steeds hard aan het huilen. Een jongen van jaar of 25, sigaret en biertje in de hand, ontfermde zich over hem.

“Hé ouwe, gaat het? Weet je, toen ik nog klein was gebeurde dit ook, en stond ik hier óók keihard te huilen. Maar over twintig jaar staan we hier weer, en dan komt het allemaal goed. Toch, ouwe?” Mijn zoon knikte dapper.

Twintig jaar. Marc Overmars heeft het cyclusdenken bij Ajax geïntroduceerd. Vijf jaar geleden lanceerde hij het in een interview: Ajax had gouden teams gehad in de jaren zeventig en in de jaren negentig, volgens de ­cyclus zou er nu weer iets moois moeten gebeuren. Bleek te kloppen! Dus geloven we bij Ajax niet alleen meer in aanvallend voetbal, maar ook in cycli van succes.

Geruststellend: nog even wachten tot ik 65 ben, en mijn zoon 29, en dan pakken we die cup!

Gijs Groenteman (1974) is schrijver, presentator en journalist. Wekelijks schrijft hij voor Het Parool een column. Lees al zijn bijdragen in het archief. 

Reageren? gijs@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.