Thomas AcdaBeeld Artur Krynick

Genoeg koperen pannen om een bacchanaal te serveren

PlusThomas Acda

Er is een zaak in De Pijp waar ik doorheen schuif als een puber in een pornowinkel. Bescheiden, hopende niet op te vallen, als een vlieg tegen de muur maar ondertussen alles in me opnemend. Ik wíl ook alles opnemen, meenemen, aanraken en bezitten, maar net als in die uitspanning voor romantische inspanning zien ze me er thuis al mee aankomen.

“Heb je toch al? Wat moet je daar nou mee? En dat ga je écht gebruiken?”

“Ik weet het niet! Ik weet het niet! Maar wat ik zeker weet is dat ik het zeker niet kan gebruiken als ik het níét heb. Handige balletjes. Deze heeft een top-handvat! Hier, siliconen binnenkant,” etc.

Duikelman, de speciaalzaak voor chefs en thuiskoks en alles daartussenin. Op zaterdagochtend is meestal het volledige spectrum van culinaire koningskinderen aanwezig. Koningskinderen, want amateur, enthousiasteling of chef, de keuken is ons koninkrijk en please: gehoorzaam onze wetten.

Maar voordat er ook maar iets van een culinaire grondwet aan het keukenrijk opgelegd kan worden, mag er aangeschaft. En dus sta ik nu al een halfuur bij de Mauvielpannen. Ik heb alle Mauvielpannen die ik nodig heb. Sterker nog, als ik morgen tot chef van een klein sprookjesachtig Lord of the Ringskasteel benoemd word, en die kans is altijd aanwezig, heb ik genoeg koperen pannen om het hele hof een bacchanaal te serveren.

Behálve die kleine guitige saucier met dat dikke handvat. En eerlijk gezegd die vispan – we eten weliswaar niet vaak een hele vis, maar als wel, dan hebben we deze pan niet. En hij kan in zijn geheel in de oven, schat! (Voor ik iets aanschaf oefen ik altijd hoe ik thuis kan verkopen wat ik hier wil aanschaffen.) Dan zie ik de chef. Ik ben een beetje verliefd op haar en niet in de laatste plaats omdat ik haar op tv zag glimmen van geluk toen een bevriende boer de prei voor haar ontroerde ogen uit de grond trok. Voel je toch ergens dat je nog een kans maakt. Ik kan geweldig prei trekken. Uit een eigen land, ook nog.

Twee vervelende, overmorgen weer failliet zijnde would-bechefs testen het personeel op hun geduld. De air vol van ‘hoe moeilijk kan dat nou zijn, joh, een restaurantje runnen?’

Boeien! Ze denderen door mijn beeld, mijn fantasie. De koningin rekent af. Ik pak de saus­pan. Ik heb er wel een, maar wat als die kapot gaat? Ja, daar kom ik bij mijn eigen koningin wel mee weg. En anders trek ik morgen kirrend wat winterprei voor haar uit het land.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van ‘de’ Amsterdammer. 

Lees ook:

Eerst de giftshop daarna pas het museum
Schier mij maar in een ballonetje
Ik ben goed voor drie dagen ziekenzorg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden