Opinie

‘Genoeg is genoeg. Nederland is niet moreel superieur, ook hier is racisme’

Racisme in Nederland, in Amsterdam, is aanwezig, schrijft theatermaker en ­dramadocent Urias Boerleider. De pijn ervan zit diep. ‘Wij zwarte mensen zijn niet als onze voorouders. Wij slaan wél terug.’ 

Achtergelaten demonstratie­borden staan als stille getuigen tegen het Paleis op de Dam, na afloop van het antiracisme­protest.Beeld Hollandse Hoogte / Friso Spoelstra

Burgemeester Femke Halsema steekt haar nek uit. Ze noemt Amsterdam de huiskamer van Nederland. En in die huiskamer durft zij te kiezen voor het recht op demonstratie. Ik heb daar gestaan en daarna uren op tv gekeken naar allerlei kritiek op de keuze die zij heeft gemaakt door niet (hardhandig) in te grijpen. En ik kan er niet van slapen, van die kritiek op Halsema. Het voelt gewoon verkeerd. Dat zij moet verdedigen dat duizenden mensen vreedzaam demonstreren.

Ik kan er niet van slapen. Ik kan er niet van slapen dat witte mensen, die niet awoke zijn, deze demonstratie gebruiken om het verhaal te verdraaien.

Ik slaap slecht, want er huist een woede in mijn binnenste die Akwasi treffend omschreef. Wij zwarte mensen zijn niet als onze voor­ouders. Wij slaan wél terug. De polarisatie die nu dreigt te ontstaan, heeft te maken met een hartverscheurende roep om gerechtigheid en respect. De mensen die nu moord en brand schreeuwen over het met voeten treden van de coronaregels en die onze burgemeester bij de enkels af willen zagen; de mening van die mensen interesseert me niet. Hebben zij zich verdiept in de pijn en hebben zij notie van de emotie die er speelt bij een groot deel van de zwarte bevolking?

Ik kan er niet van slapen dat ik er bijna anderhalf uur was en toen wegging. Ik kon het emo­tioneel niet meer aan, zo intens voelde het samenzijn. Ik voelde de energie en die overmande mij.

Het gaat er niet om dat mijn burgemeester geen mondkapje opheeft. Het gaat erom dat ze aanvoelde wat nodig was. Dat er ter rechter politieker zijde meteen van leer wordt getrokken tegen haar en ze ongemeen fel wordt aangevallen, omdat ze het in de horeca zo zwaar hebben. Echt, het zal me jeuken. Mijn voor­ouders hadden het ook ‘pittig’ en vele zwarte mensen in de Verenigde Staten en hier in Europa hebben het dagelijks nog steeds niet gemakkelijk met de ziekte die racisme heet.

Talkshows

Ik zie mijn zwarte broeders en zusters aan de talkshowtafels zitten. Ik zie en hoor hoe ze hun gedachten eloquent verwoorden. De nuance aanbrengen. Verstandig zijn. Gecontroleerd woedend zelfs, in enkele gevallen. Sommigen van hen durven op primetime emotioneel te zijn. Het raakt me elke keer. Als ik zie met hoeveel waardigheid ze daar zitten. Eindelijk zitten ze aan de tafels waar het gebeurt. De plekken waar de opinies worden gemaakt en waar ze anderen van repliek kunnen dienen. Eindelijk is er een platform. Ik weet niet wat ik meemaak, het voelt surrealistisch. Alsof na veertig jaar eindelijk ook in ons land het kwartje bij veel mensen is gevallen.

En ik zie en hoor mijn zwarte broeders en zusters wikken en wegen. Ik herken de worsteling, want je wilt niet rolbevestigend zijn. Maar de met veel moeite verkregen plek is er niet voor om uitgerekend nu té genuanceerd te zijn.

Deze zwarte mensen aan die tafels zijn geen slachtoffers, niet één. Ze zijn allemaal succesvol in dat wat ze doen. Maar ik zie dat ze het gevoel hebben dat ze te lang op een rustige manier hun zegje hebben gedaan. Ze vinden het zonder uitzondering allemaal tijd om ervoor uit te komen dat genoeg genoeg is. Dat in ons relatief veilige en welvarende land ook racisme is, en dat het een ziekmakend gezwel is waar we allemaal mee moeten dealen en wel zo snel en adequaat mogelijk.

Men heeft het over momentum. Ik denk dat het klopt. Nog nooit heb ik zo sterk het gevoel gehad mijn conditionering, opvoeding, van me af te willen schudden. Ooit vroeg een drama­docent, nadat hij me twee spellessen gade had geslagen, wanneer ik eens zou ophouden ‘het brave negertje’ te spelen? Hij doelde daarmee op het feit dat ik in improvisaties steeds de situaties oploste of probeerde op te lossen. Ik was net een maand bezig met acteerlessen, en kwam ‘vers’ uit het bedrijfsleven. Daar waar ik ‘áltijd’ bezig was geweest met conflicten oplossen, escalaties te voorkomen en hard proberend zelf van onbesproken gedrag te zijn.

Genoeg is genoeg

De docent die dit tegen me zei was niet racistisch. Wel bot. Zijn opmerking had enorme impact en raakte me diep op verschillende niveaus. En ik was van slag. Later die dag, in mijn eentje op mijn kamer op de rand van mijn bed, voelde ik pas hoezeer hij een zere plek had geraakt. Toen pas kwamen de tranen. Hij had in die opmerking heel kernachtig mijn al decennia vertoonde gedrag feilloos geanalyseerd en een conclusie getrokken waar ik me bijna voor schaamde en dat deed pijn.

Ik was eerst het jongetje dat er altijd voor zorgde – bewust en onbewust – dat er geen aanstoot aan mij werd genomen. Ik was me dus áltijd bewust van mijn kleur. Later probeerde ik krampachtig op sommige gebieden de man te zijn door wie de mensen geen vooroordeel bevestigd zouden zien als het ging over zwarte mannen. Ik was de personificatie van het ‘brave negertje’ geworden.

Dat is nu bijna twintig jaar geleden en de samenleving is behoorlijk veranderd. Een witte dramadocent zal nu wel twee keer nadenken voordat hij op deze manier probeert een zwarte student over een drempel te helpen.

Veel van de mensen die verontwaardigd reageren op de samenkomst geven mij het gevoel dat hun moraal de juiste is. Die reflex van superioriteit is schrijnend. En verder valt mij op dat men het moeilijk vindt een link te leggen met de Nederlandse en de Europese situatie, want ‘het is hier immers geen Amerika’. En dat is correct, wij zijn hier in Amsterdam, Nederland, maar ik heb nieuws voor deze mensen, die blijkbaar géén racisme ondervinden of het nooit zien: er is in Nederland, ons ‘moreel superieure land’, wel degelijk sprake van ernstig racistisch gedrag waar ik als zwarte man ook doodmoe van word en waarvan ik nu ook zeg: genoeg is genoeg.

Urias Boerleider, theatermaker en ­dramadocent.Beeld Gert Willem Haasnoot
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden