Marcel Levi. Beeld Artur Krynicki
Marcel Levi.Beeld Artur Krynicki

Gelukkig: onderwijzers zijn niet meer altijd voorstander van het overslaan van een klas

PlusMarcel Levi

Het succes van Max Verstappen is wellicht voor mensen die hem al lang volgen geen verrassing. De jonge Max, zoon van een coureur en een moeder met een succesvolle kartcarrière, zat al op zijn vierde levensjaar in een junior race-autootje en reed zijn eerste Grand Prix in de Formule 1 nog voordat hij zijn rijbewijs mocht halen.

De vader van een ander talentje, Wolfgang Amadeus Mozart, was orkestmeester in Salzburg en gaf van jongs af aan muziekles aan zijn zoontje, die al als kleuter zijn eerste muziekstukjes componeerde. Ook Daley Blind, ­Linda de Mol en Michael Douglas traden al jong in de voet­sporen van succesvolle ouders.

Het blijft boeiend te speculeren of deze mensen nu een overerfbaar stukje dna hebben of dat hun succes komt omdat ze vanaf extreem jonge leeftijd zijn gestimuleerd uit te blinken op hetzelfde gebied als hun ouders. Wellicht is het een combinatie van beide. Het valt niet te ontkennen dat sommige talenten van generatie op generatie overgaan, maar tegelijkertijd baart oefening kunst en wordt zelfs de grootste belofte nooit een winnaar als hij of zij niet urenlang muziek studeert of op de tennisbaan staat te trainen.

Het is overigens geen vanzelfsprekendheid dat jonge super­talenten de top bereiken. Onderzoek toont dat jeugdige supersterren net zoveel kans hebben op een succesvolle loopbaan als kinderen die in hun jeugd middelmatig presteren. En ook het omgekeerde is waar. De ingenieurszoon Albert Einstein werd sterk gestimuleerd dezelfde loopbaan als zijn vader te volgen, maar zakte op 16-jarige leeftijd voor een toelatings­examen van de opleiding tot ingenieur aan een hogere technische school.

Ouders dragen een grote verantwoordelijkheid voor beslissingen die ze nemen bij de opvoeding van uitzonderlijk getalenteerde kinderen. Ik kijk altijd een tikje meewarig naar berichten over superintelligente kinderen die al op 12-jarige leeftijd een dubbele master in astrofysica en theoretische deeltjesfysica achter de kiezen hebben en nog voordat ze aan scheren of menstrueren toekomen zich hebben aangemeld voor promotieonderzoek op Harvard of Oxford. Natuurlijk ben je trots op je kind, maar overmatig ­stimuleren van megatalent is sterk geassocieerd met sociale isolatie en mentale problemen op latere leeftijd.

Gelukkig dus dat onderwijzers tegenwoordig niet meer altijd voorstander zijn van het overslaan van een klas. Het leidt maar al te vaak tot twijfelachtige situaties, waarbij prepuberale meisjes nauwelijks contact kunnen maken met klasgenoten, die vooral met anticonceptie en zoenen bezig zijn. Of intellectueel briljante, maar sociaal niet zo hard meegegroeide jongens, die door hun medescholieren per definitie als wereldvreemde nerds worden gezien. Natuurlijk is het belangrijk het voor ieder kind uitdagend te houden op school, maar dat kan ook door een goede leraar, die een snelle leerling weet te stimuleren met extra opdrachten. ‘Jong geleerd is oud gedaan’ klopt vast, maar ‘jong geleefd is oud voldaan’ zeker ook.

Marcel Levi is voorzitter van de raad van bestuur van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Daarvoor was hij ceo van University College London Hospitals en bestuursvoorzitter van het AMC. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? m.levi@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden