PlusMaarten Moll

Gelukkig had hij geen VanMoof of ander elektrisch onding

Maarten Moll
null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Het had geregend, en het water had zich in het omhulsel van het kettingslot van mijn fiets verscholen. En toen ik mijn fiets losmaakte en met de ketting slingerde, kwam het water – alsof er een dam was gebroken – naar buiten, en verspreidde zich over mijn handen en mijn broek en mijn schoenen.

Dat was geen klein ongemak meer, maar alleen maar heel erg ontzettend irritant. Ook omdat het niet de eerste keer was dat het me overkwam. (De mens wil niet altijd leren.)

Het was fietsenmaker Ric die van een oude fietsband een jasje voor het kettingslot had gemaakt, zodat het ijzer geen schade zou veroorzaken aan andere voorwerpen.

Met vieze handen fietste ik weg. (Ric, bedankt!)

Maar het kan erger.

Bij het monument op de Radioweg zag ik een fiets ondersteboven staan, op zadel en stuur.

Een jonge man had een lang stuk ijzerdraad in zijn hand waarmee hij de kettingkast had ontsloten.

Ik wist al hoe laat het was.

De ketting die er was afgelopen.

Ook heel irritant als je onderweg bent.

Je ziet ze weleens staan, toch nog op slot gezet tegen een lantaarnpaal. Fietsen met een ketting die tot op het trottoir hangt. Een heel zielig gezicht. Onbruikbaar. Als iets met een kapotte rits, ook meteen fataal.

Hij ging met de ketting in de weer, legde hem eerst om het kleine tandwiel achter, en toen zo half over het grote tandwiel voor. Hij probeerde voorzichtig met de trapper draaiend de ketting er weer op te krijgen. De jonge man had vast onderricht gekregen van zijn vader of moeder, om te voorkomen dat hij als een verwend jochie zijn fiets bij de minste tegenslag naar de fietsenmaker zou brengen. Gelukkig had hij geen VanMoof of een ander elektrisch onding.

Pas na de tweede poging lukte het. Hij liet de ketting een paar rondjes draaien en stond met een tevreden gezocht op. Keek naar zijn handen.

Ik kon zowat het kettingsmeer ruiken.

Hij keek om zich heen, en veegde toen zijn handen af aan het gras. Maar het gras pakte het smeer niet, zag ik. (Ja, ik was stil blijven staan, niet uit leedvermaak, maar om naar deze handenarbeidvoorstelling te kijken. Ik had hem ook nog geholpen, als de situatie dat had vereist.)

De jonge man keek weer naar zijn handen, en veegde ze toen, nadat hij even hulpeloos zijn schouders had opgetrokken, aan zijn broek af. Zoals je in het toilet van een café of restaurant doet als de handdoekjes op zijn, de handdoekenautomaat op halfzeven hangt of de handendroogblaasblazer defect is.

Hij vlocht vervolgens het stuk ijzerdraad weer langs de haakjes van de kettingkastbeschermer, zette zijn fiets rechtop en reed weg.

Ik reed een stuk achter hem dezelfde kant op. Beiden met vieze handen, beiden speurend naar een plek waar ze konden wassen. Bijna hand in hand. Als broeders voor even met elkaar verbonden.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden