Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Gek genoeg had het boek alle saneringen in de boekenkasten overleefd

PlusMaarten Moll

Met mijn vriend Hartjes, ik had hem twee maanden niet gezien, liep ik door het Vondelpark.

Hij had een pakketje onder zijn arm. Een boek, dacht ik.

Af en toe tikte hij erop met een vinger.

“Jongen…” Verrukte lach op zijn gezicht.

Voor ik iets kon vragen, legde hij een vinger op mijn lippen.

“Weleens gehoord van Johannes Trithemius? Of van Hermes Trismegistus?”

Geen idee.

We gingen op een bankje zitten, niet ver van het beeld van Picasso vandaan.

Voorzichtig trok hij het plakband los van het bruine papier. Maar hij onthulde nog niet wat hij voor me verborgen hield.

“Ik heb nu toch iets op de kop getikt,” zei hij. En hij schudde even met zijn hoofd. Legde toen zijn handen op het pakketje.

“Die Picasso, die kon wat, maar dit hier…” En hij klopte op het pakketje.

“Nou, laat zien,” zei ik.

“Ogen dicht,” zei Hartjes.

“Kom op, man!”

“Raden,” zei Hartjes.

Ik greep naar het pakketje, en Hartjes liet me grijpen.

Het was een boek.

De slinger van Foucault.

Ik was teleurgesteld. Zonder erin te hebben gekeken, legde ik het op de schoot van Hartjes. De roman van Umberto Eco stond thuis in de kast. Ooit gekregen voor mijn verjaardag. Ik was nooit verder gekomen dan de eerste bladzijden. Te veel moeilijke woorden. Pretentieuze onzin. Een hype. Gek genoeg had het boek alle saneringen in de boekenkasten overleefd.

“Je hebt het niet gelezen, hè?” zei Hartjes, en hij legde het boek weer op mijn schoot.

“Jij toch ook niet? Je hebt het net gekocht.”

“Ja, voor jou,” zei Hartjes.

Ik vermoedde dat hij de afgelopen tijd in Eco was gedoken. Hartjes kan zich helemaal in schrijvers verliezen, om hun woorden daarna als een evangelist te verspreiden. (Zo ben ik ook aan Bolaño gekomen, en aan Strout.)

En toen begon hij te vertellen over het wereldraadsel, en dat Eco, als je maar goed tussen de regels door las, al in de gaten had gehad waar het allemaal op uit zou draaien.

“Hij waarschuwt voor pandemieën.”

Ik luisterde nauwelijks.

“Heb je wel eens van de Tabula smaragdina gehoord?”

“Zullen we verder lopen?” zei ik.

“Echt een onderschat boek,” zei Hartjes.

“Wat moet ik met twee Slingers?” mompelde ik.

“Lees het nou maar gewoon,” zei Hartjes toen we bij het hek aan de Stadhouderskade afscheid namen.

Bij de supermarkt zette ik De slinger van Foucault in een buurtbibliotheekje.

Thuis trok ik De slinger van Foucault uit de kast. Er stak een briefje uit, er stonden woorden op: isochrone, ternaire, tetragonale, pentakel, Mu, Svalbard, Agarttha, hyperboreïsche, australe, astigmatische, sinus.

Ik was tot bladzijde 11 gekomen (de roman begint op bladzijde 9), toen vond ik het blijkbaar genoeg. Ik keek nog eens naar de woorden. Hartjes had er vast iets in gezien, maar ik begreep er nog steeds bar weinig van.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden