Plus Column

Geen twijfel mogelijk, mijn vader had mij voorgetrokken

Thomas Acda Beeld Wolff

Op een ochtend werd ik bij mijn vader geroepen. Vijftien was ik en mijn vakantiebaantje bij het reclamebureau waar hij directeur was bestond uit het bekijken van vierhonderd VHS-banden vol Amerikaanse reclames.

Opschrijven wat ik zag en op welke band het stond. Tijd zat om intussen de John Player Special-sigaretten uit de handige tafelhouder te plukken en op mijn gemak weg te paffen in de tuin. De reclame, het leek me wel wat.

'Je moet even voor me naar Meneer Koedoder, heeft een winkeltje achter de Cuyp. La Tienda. Ansjovis, stokvis, olijven en een Opinel-mesje heb ik nodig. Nummer 7. Wil je dat halen?'

Uiteraard. Lekker door zomers Amsterdam wandelen!

'Vergeet niet dat je hard gedag zegt, hij is een beetje doof.'

'Mag hij naar Koedoder?' hoorde ik achter me medewerker Temple zeggen. 'Ah, Dirk, ik dacht dat het mijn beurt was...' Jaloers keek ze me aan en ik maakte dat ik buiten kwam.

Ik hoorde ook nog net collega Ko bij mijn vader naar binnen stormen: 'En dan morgen Temple, zeker? Morgen is mijn dag!'

Geen twijfel mogelijk, mijn vader had mij voorgetrokken. Niets voor hem, maar voor alles een eerste keer.

Bij Koedoder aangekomen stapte ik provenciaals vrolijk het overvolle donkere winkeltje binnen en opende met een gezellig, zeer luid: 'Goedemorgen!'

Een kolos van een in donkere plaid geklede vrachtwagenchauffeur draaide zich met het geluid van woedende scharnieren naar mij om.

'Dag meneer Koedoder. Weertje wat?'

'Weertje wat' had ineens negen bibberende w's.

Wat een boze blik. En toen moest ie zijn mond nog opendoen. Ik zal het hier niet beschrijven, maar samenvattend leek meneer Koedoder niet erg gesteld op bijdehante snotneuzen. Hij kon zelfs prima zonder, kreeg ik het idee. En hij was niet doof, hij had een hekel aan lawaai.

Ternauwernood kreeg ik mee waarvoor ik was gekomen. En een schijntrap na.

Terug op kantoor aan het Oosteinde stond mijn vader me op te wachten.
'Kom, we maken even een ommetje.'

We wandelden door de stad en ik kwam weer een beetje bij. Tot we ineens wéér voor La Tienda stonden.

'Even gedag zeggen,' zei mijn vader. Niet nog eens, dacht ik, maar ik liep mee. Per slot van rekening was papa een bokser geweest.

Binnen stonden Ko, Temple en nog wat mensen van 'ons' bureau. Iedereen lachte en klapte. Ik had de Koedoderdoop overleefd en dat werd gevierd met hapjes.

Meneer Cor Koedoder is twee weken na zijn pensioen vermoord op zijn ranch in Uruguay. En van zowel de doop als de dood heb ik nooit iets begrepen.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden