Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

Geen opa’s en oma’s, geen vriendjes, niks, alleen zijn ouders

PlusTheodor Holman

Soms vraag ik me af: hoeveel gevoelens kan een mens ­hebben?

En hoe komt het dat al die ­emoties van elkaar gescheiden blijven?

Gisteren was Koning jarig.

Geen opa’s en oma’s, geen vriendjes, niks, alleen zijn ouders.

Hij vond het ‘jammer’. En bij doorvragen: “Niet zo leuk.”

Het zijn de momenten waarop je woedend bent en tegelijkertijd beseft dat woede op een virus totaal zinloos is.

Maar zijn moeder had wat bedacht. Zo kreeg Koning een envelop in zijn handen geduwd. Hij maakte hem open en las, van opwinding stotterend, een fraai gekalligrafeerde brief voor, zagen wij op onze iPhone.

“Er was eens een Kleine Koning. In het rijk waar hij woonde, heerste een raar, onbekend onheil. Uit voorzorg mocht daarom niemand meer samen feestjes vieren, knuffelen, samen dansen en muziek maken. Juist de dingen waar iedereen – en vooral de Kleine Koning – heel erg van hield. Vandaag werd hij negen. Hoe moest hij nu z’n verjaardag vieren?”

Het werd een puzzeltocht. De puzzel als metafoor van het huidige leven.

Kinderogen die zich van het papier los­maken en zijn moeder zoeken. Een lach die eerst ongeloof verbeeldt en dan blijdschap en oprecht geluk.

Alle opa’s en oma’s hadden een rol.

Ik was de nar. Mijn dochter kent me. Verder stond er in de puzzel: ‘De Kleine Koning heeft natuurlijk niet alleen mensenvrienden en magische vrienden. Ook dieren zijn dol op je. Kikkers, apen, stokstaartjes, reigers en draken bijvoorbeeld. En natuurlijk katten en honden. Ga in het Woud op zoek naar je grote vriend, de Kleine Wilde Hond Koosak.’

We verkleedden Koos, die dat wonderwel niet erg vond, en wachtten op de Kleine Koning. We waren achter struiken verborgen en tevens de oplossing van een niet al te moeilijk raadsel.

En dan de vondst, met een blik waarmee deze Koning over de hele wereld vrede zou kunnen stichten. Dan zijn dankbaarheid voor het cadeau, dat hij als wens had uit­gesproken en niet gedacht had te krijgen. Vervolgens, na taart en koffie die naar ons werd toegeschoven, het afscheid, want de puzzel was nog niet compleet en er waren in dit sprookje nog tovenaars en draken die moesten worden bezocht.

Dat afscheid…

Stroop droop door de kieren van mijn ­hersens naar mijn traanklieren, vooral toen De Kleine Wilde Hond Koosak nog even met Koning meeliep.

Ik telde liefde, haat, schoonheid, dankbaarheid, woede, onmacht, sentimentaliteit, blijdschap en gek genoeg: geluk.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden