Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

Geen oorlog maar een vervelende onderbreking

PlusTheodor Holman

‘Het is net oorlog hè.”

Het is een zin die ik niet over mijn lippen krijg.

Vroeger, thuis, was het oorlog, met twee mensen die uit een kamp kwamen en voor wie vrede betekende dat ze niet wilden zeuren, hun pijn moesten verbijten en aan een toekomst dienden te werken die voor hen grotendeels verpest was, en met kinderen die een andersoortige vrijheid wensten en het ouderlijk huis als een hel ervoeren.

Deze ‘oorlog’ tegen het virus is geen oorlog. Als het dat al is, is het een oorlog in luxe. Ik zit of ga niet naar een jappenkamp, ik word niet gemarteld – althans, ik ervaar zes uur lang achterelkaar Netflix kijken niet zo – en de strijd die ik voer is tegen de zorgen over mijn familie en tegen mijn doodsangst.

Die angst komt niet eens voort uit de bedreiging van dat virus, maar uit de rechtvaardigheid van mijn eventuele verscheiden. Straks is er van alles te weinig: te weinig mondkapjes, te weinig medisch personeel, te weinig bedden, te weinig beademingsapparaten… Is het dan onrechtvaardig dat men mij in een hoek laat liggen?

Mijn vader was opgegeven en kwam in het jappenkamp in de dodentent terecht. Mijn oom Koen heeft hem toen gered door hem te dwingen te eten. (Ik schreef daarover in 1998 een klein verhaal: Niet God, maar mijn oom Koen.)

Dat verhaal hoorde ik van mijn moeder, dertien jaar na het overlijden van mijn vader. Het was een van die geschiedenissen die niet door hem konden worden verteld; hij voelde zich in die tent zo beroerd dat zijn hoop was te sterven in plaats van te leven en dat vond hij verraad tegenover alles wat hem dierbaar was. Daar kwam bovenop dat zijn vader – van wie later bleek dat hij op een gruwelijke manier was doodgemarteld – zijn kinderen had opgevoed met het idee altijd moedig te zijn.

Schuldgevoel, hoe onzinnig ook, snoert de keel dicht en maakt woorden waardeloos.

Nee, dit is geen oorlog, dit is een tijdelijke vervelende onderbreking van een wel­varend bestaan waarin we meer het idee van vrijheid moeten opgeven dan de werkelijke vrijheid.

Maar zelfs die gedachte dempt mijn doodsangst niet.

Wie wat ouder is, kan niet goed meer wegspringen voor het maaien van de zeis.

Misschien is dat wel het ergste: dat ik me nog jong voel, maar gedwongen word oud te denken.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden