Beeld Sjoukje Bierma

Geen getuige heeft gezien wat er precies met Jongste Dochter gebeurde

PlusMaarten Moll

We zitten aan tafel. Oudste Dochter vertelt over haar rijles van die dag. Zenuwen, voorrangsregels, instructeurs.

Achteruit inparkeren.

“Mijn instructeur zei, als het dan eindelijk gelukt was: ‘Piest precas’,” zeg ik. “Elke keer.”

Er vliegen nog wat anekdotes over tafel.

“Jij bent toch niet in één keer geslaagd?” vraagt Oudste Dochter schijnheilig.

Ik stop een paar slabladeren in mijn mond.

M. (in één keer geslaagd): “Was er niet iets met een vrachtwagen?”

Jongste Dochter lacht niet mee, ze is al de hele maaltijd stil.

Ze heeft bij AT5 haar verhaal gedaan over haar nachtelijke fietsongeluk van ruim een maand geleden. En ook op het YouTubekanaal van De Telegraaf. Er hebben ongelofelijk veel mensen naar gekeken, maar er zijn geen tips binnengekomen. Geen getuigen die hebben gezien wat er precies is gebeurd waardoor Jongste Dochter met een klaplong, gescheurde milt, gebroken ribben, een gekneusde aorta, en een hersenschudding op de intensive care belandde.

En dat kwelt haar. Ze denkt aan verschrikkelijke dingen, hoewel dat in het ziekenhuis wel is uitgesloten.

Maar onzekerheid is een intrigant die zich niet snel laat verjagen.

Ik vraag hoe het gesprek met de studiebegeleider van de UvA is gegaan.

“Dat ging goed,” zegt ze, “en hij snapte het ook dat ik wil stoppen. Ze zijn allemaal superaardig, maar het lukt gewoon niet me te concentreren. Ik hoef nog maar één keer ergens op te klikken en ik ben uitgeschreven.”

Ze kijkt heel aandachtig naar de vegetarische hamburger op haar bord.

Na een ongemakkelijke stilte vraagt Oudste Dochter naar de vrachtwagen.

“Nou,” zeg ik vrolijk, ook om Jongste Dochter wat af te leiden, “ik stond stil voor de haaientanden en wilde links de weg opdraaien. En toen trapte de examinator op de rem. Twee seconden later raasde er van links een enorme vrachtwagencombinatie voorbij…”

Oudste Dochter giert van het lachen.

“Ik had wel dood kunnen zijn!” zeg ik quasi verontwaardigd.

Jongste Dochter prikt in haar hamburger.

“Ik knijp soms nog heel hard in mijn stuur,” zegt Oudste Dochter.

“Deed ik ook,” zeg ik. “‘Ben je aan het oefenen om je schoonmoeder te wurgen?’ zei die instructeur dan. Elke keer.”

Ik pak de ketchup. Als ik knijp, schiet er een schuine straal op de mouw van mijn overhemd.

Jongste Dochter glimlacht en geeft me haar servet.

“Ik heb gisteren buikspieroefeningen gedaan, maar dat deed pijn,” zegt ze.

Ik zeg niets over doktersadvies of rustig herstellen. Zie hoe dat ongeluk haar heeft ontwricht. Hoe graag ze weer mee wil doen.

Een muisklik is ze verwijderd van uitschrijving. Ze weet dat het haar opluchting zal brengen. Rust. Dat echt niemand zal zeggen dat ze heeft gefaald.

Hoe moeilijk het is om die laatste keer te klikken.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden