Opinie

‘Geen democratie zonder alternatieven. Waar is toch de oppositie?’

John Jansen van Galen signaleert een gebrek aan oppositie in de Nederlandse politiek. ‘De meningsverschillen over beleid zijn miniem.’ 

Mark Rutte in gesprek met Jesse Klaver. Beeld ANP/ROBIN UTRECHT

Waar is de oppositie gebleven? Is er nog een ‘oppositieleider’, zoals we vroeger Wiegel, Den Uyl, Bolkestein en Marijnissen hebben aangeduid? Al driemaal achtereen nam Jesse Klaver als aanvoerder van GroenLinks afstand van het oppositievoeren zoals we dat kennen.

Eerst veegde hij tientallen spoeddebatten van tafel die zijn fractie had aangevraagd, vervolgens kondigde hij aan dat GroenLinks niet tegen begrotingen van het kabinet-Rutte III zal stemmen en ten slotte zette hij vraagtekens bij het debat dat zijn collega Lodewijk Asscher aanspande naar aanleiding van het vertrek van Wybren van Haga uit de VVD-fractie.

Er is in alle gevallen iets voor te zeggen. Spoeddebatten blijken in veel gevallen blindgangers, doordat ze over onbenulligheden gaan en er te veel van zijn. Vaak lijkt een fractie er vooral mee te willen laten merken dat ze de belangen van (een deel van) haar achterban serieus neemt. Tegen een begroting stemmen dient veelal vooral ter bevrediging van het eigen beeld van strijdbaarheid. Voorheen mochten pacifisten in de PvdA-fractie tegen de begroting van Defensie stemmen. Zo susten ze hun geweten, maar het veranderde niets. Alleen geef je wel je wapens uit handen als je tegen stemmen bij voorbaat uitsluit. En is onthouden van je stemming dan geen zinnig middel meer om je onvrede te uiten?

Dat debatje over Van Haga was inderdaad een losse flodder. Het kabinet raakte door zijn vertrek zijn meerderheid in de Tweede Kamer kwijt, die het echter in de Eerste Kamer al kwijt was, terwijl de man had aangekondigd in 99 procent van de gevallen het kabinet te zullen steunen. En zo niet, had Asscher kunnen bedenken, dan zien we wel weer.

Op het eerste gezicht zijn Klavers gestes dus gericht tegen de ouderwetse politiek van loos spierballenvertoon en goedkoop scoren op de bühne om applaus te krijgen van de achterban. Maar ze leggen ook een tekort van het huidige bestel bloot: gebrek aan oppositie. Klaver voegt zich met deze stappen in het brede midden dat thans de politiek beheerst.

O, er bestaan wel oppositiepartijen: PVV, FvD, Denk, SP, Partij van de Dieren. Maar die opereren allemaal vanuit een dermate onverzoenlijke kritiek op of weerzin tegen de bestaande orde, dat ze zich buiten de regeringsmacht hebben geplaatst, waarvoor het nodig is coalities aan te gaan en compromissen te sluiten. Ze verenigen ongeveer een derde van het electoraat, dat permanent grimmig buitenspel staat.

Het politieke speelveld beslaat een honderdtal Kamerzetels en daarin zijn de meningsverschillen over het beleid miniem. Sinds Rutte en de VVD hun vizier bijstelden inzake exorbitante inkomsten en marktwerking zijn de tegenstellingen van CDA tot GroenLinks slechts nuances. De grote kwesties van deze tijd – klimaat, pensioenen, migratie – worden gedepolitiseerd en boven de partijen uitgetild om technocratische oplossingen te bedenken waarin het brede midden zich globaal kan vinden.

De vier legendarische ‘oppositieleiders’ (een functie die helemaal niet bestond, het was een mediavondst met een zweem van echtheid) opereerden vanuit een fundamenteel ander beeld van waar het met Nederland naartoe moest dan de kabinetten en de premiers die ze bestreden. Van Asscher en Klaver kunnen we dat niet zeggen, of het moet mij ontgaan zijn.

Het is misschien een zakelijker vorm van politiek bedrijven om voor begrotingen te stemmen van een kabinet waar je als partij buiten staat, omdat daar steevast toch veel goeds in staat. Maar het is wat anders om dit in het openbaar aan te kondigen als je politieke gedragslijn. Dan krijgt het iets van een capitulatie bij voorbaat. Of in ieder geval van je gedwee scharen bij het brede midden dat de dienst uitmaakt. En de oppositie overlaten aan boze boeren met tractoren en bouwvakkers met shovels.

Democratische politiek leeft van alternatieven, die de kiezers inspireren en motiveren om ter stembus te gaan. Een regerende partij of coalitie voert een beleid uit dat gefundeerd is in haar visie op de toekomst van het land en de oppositie stelt daar haar visie tegenover. Als dat niet meer zo is, krijg je de dood in de pot en het afsterven van de democratie.

Journalist en publicist John Jansen van Galen. Beeld ANP Kippa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden