PlusMaarten Moll

Gedurende die overpeinzingen laaft hij zich aan literflessen jenever

Maarten Moll
null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Hij heeft mijn kijk op jenever beïnvloed.

Nog even over de vorige week gestorven schrijver Jeroen Brouwers.

Lang geleden vergat ik door de jenever op een station uit te stappen.

In de trein las ik in het net in de tweedehands boekenwinkel van Rini D. in de Huidenstraat aangeschafte De zondvloed. Het boek over de worsteling van de schrijver met zijn jeugd, de liefde, het schrijven, de drank, en de dood. Zijn oerboek.

Hij woont in een ‘verwaarloosd huis in het midden van een dennenbos’. Gedurende die overpeinzingen laaft hij zich aan literflessen jenever. De jenever die in dozen van twaalf flessen staan opgestapeld tegen de achtergevel ven het huis, onder een afdak.

‘Dagelijks begon ik omstreeks elf uur in de ochtend jenever te drinken, om tegen het eind van de middag, bij het grauwer worden van het toch al altijd grauwere schemerlicht dat er hing, een tot op de bodem geledigde fles uit het raam van mijn zogenaamde werkvertrek het bos in te gooien.’

Prachtig, literair-iconisch beeld.

‘Om mij heen was die immense stilte van het bos dat allengs vol lege flessen kwam te liggen, die van lieverlede in de zompige grond begonnen weg te zakken.’

Ook een schitterend beeld. Net zoals dat van de schrijver die een lege fles over een vinger heeft geschoven en die fles, met nog een zacht klotsend bodempje jenever erin, niet meer van zijn vinger krijgt.

Als het woord jenever valt, of als ik iemand jenever zie drinken (M. kan dat als de mooiste), denk ik aan Jeroen Brouwers.

Zo verdiept was ik in de roman, en zo levendig zag ik voor me hoe een man steeds maar lege jeneverflessen uit een raam gooide, dat ik vergat in Amersfoort over te stappen. (De enige keer dat dit me is overkomen.)

Vele jaren later mocht ik voor de krant Jeroen Brouwers interviewen in zijn huis in het Belgische Zutendaal. Ik was op het niet zo originele idee gekomen een fles jenever voor hem mee te nemen, ik geloof een in vloeipapier gewikkelde fles Ketel 1.

Bij zijn huis aangekomen, stapte ik uit de auto. Ik keek in het rond, maar zag tot mijn teleurstelling nergens flessen liggen, en de ramen van het huis waren gesloten.

Na de verwelkoming zat ik met de schrijver aan de keukentafel. Hij stak een sigaret op van het merk Caballero.

(Oud mopje. Komt een man bij de sigarenboer.

“Een pakje Baballero graag.”

“Baballero? Dat hebben we niet,” zegt de verkoper.

“Doe dan maar een pakje Bamel.”

“Bamel? Dat verkopen we ook niet.”

“Godverdomme, wat is dit voor een butzaak!”)

Ik zette de fles jenever voor hem neer.

Hij zei dankuwel, en schoof de fles bijna achteloos opzij richting een stapel folders en een fruitschaal zonder fruit. Hij raakte de fles gedurende het gesprek niet aan. Ik weet nog dat ik ook daarover licht teleurgesteld was, omdat ik dacht dat juist hij iemand was die echt samenviel met zijn romanpersonage.

Mokken zeer sterke zwarte koffie sloegen we naar binnen.

Jeroen Brouwers is dood, het huis in Zutendaal is afgebroken, de tweedehands boekenwinkel in de Huidenstraat is er ook niet meer.

Jenever zal er altijd worden gedronken.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden