Plus Column

Frits Brink wist in 1979: het kan, boren onder de stad

Bas Soetenhorst Beeld Floris Lok

Een illuster gezelschap Noord/Zuidlijnbobo's kwam zaterdagochtend bijeen in het nieuwe metrostation CS - in bouwtechnisch opzicht de meest complexe en kostbare plek van het project - ter ere van de opening.

Tunnelprofessor Johan Bosch, jarenlang dé deskundige van de gemeente, legde me desgevraagd nog eens uit voor welke uitdagingen de bouwers hadden gestaan toen ze de perrons moesten aanleggen terwijl bovengronds de NS-treinen moesten kunnen blijven rijden.

Bosch' leermeester, ingenieur Frits Brink, ontbrak. Hij was de vroegst betrokkene bij de Noord/Zuidlijn die ik ooit sprak. Ik ontmoette hem op een maandagmiddag in oktober 2010, in zijn appartement in Haarlem. Bij aanvang gaf hij me vijf dichtbeschreven A4'tjes over zijn loopbaan en rol bij de Noord/Zuidlijn.

Het was niet zijn levenswerk. Dat was de Piet Heintunnel, destijds de langste tunnel van Nederland, die onder zijn regie binnen budget en binnen de geraamde tijd werd gerealiseerd. Toch omvat zijn bemoeienis met de Noord/Zuidlijn een indrukwekkende tijdspanne.

In 1961 werd hij aangenomen bij de toenmalige Dienst der Publieke Werken Amsterdam, afdeling Tunnelbouw. Daar dacht men toen al een paar jaar na over de Noord/Zuidlijn. Brink studeerde vooral op de vraag hoe het woud van lange houten palen onder CS kon worden gepasseerd zonder verzakkingen te veroorzaken.

Daarvoor reisde hij de wereld af, langs projecten en congressen waar kennis werd uitgewisseld over boren in slappe bodem. In 1979 concludeerde hij in een baanbrekend artikel in een vakblad dat de weg openlag voor boren onder de binnenstad.

Enkele jaren eerder hadden de Nieuwmarktrellen gewoed, uit protest tegen de grootschalige woningsloop vanwege de komst van de Oostlijn, de eerste Amsterdamse metro. Gevolg was een langdurig taboe op metro­uitbreiding en het opbreken van de Dienst Publieke Werken - de motor achter de Oostlijn.

Achter de schermen stond het denken nooit stil. Brink was onderdeel van een clubje oud-medewerkers van Publieke Werken, die waren uitgewaaierd over andere ambtelijke diensten, het GVB en de Technische Universiteit Delft. Vanuit de Dienst Openbare Werken begeleidde Brink een studie naar nieuwe bouwtechnieken voor een metro onder de binnenstad.

Aanvankelijk stilletjes, om ophef te voorkomen. In 1988 kwamen de uitkomsten op tafel: het was mogelijk een tunnel van Noord naar Oud-Zuid te maken, waarbij niet of nauwelijks hoefde te worden gesloopt. Toen drie jaar later de politieke geesten rijp waren, nam de gemeenteraad een eerste principebesluit over de Noord/Zuidlijn.

Brink zou niet hebben misstaan op het feestje van zaterdag. "Hij had het fantastisch gevonden erbij te zijn," zei zijn dochter toen ik haar vorige week even aan de telefoon had.

Het was hem niet gegund. Frits Brink overleed in 2016, 81 jaar oud. Hij was geen bobo, wel een belangrijke schakel.

Reageren? b.soetenhorst@parool.nl

Volg alles over de Noord/Zuidlijn in ons blog

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.