Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Flessen vol weemoed

PlusTheodor Holman

We kijken uit over de velden in Piëmont. Op nog geen tien meter van ons vandaan groeit de neb­biolodruif voor de heerlijkste wijn die ik ken.

“Ben je tevreden?” vraagt vriend Frans.

Ik ben heel tevreden. Hij en ik zijn naar Montalcino geweest – vanaf hier te zien – en hebben daar in de buurt bij een bevriende wijnboer drie dozen gekocht. Allemaal ­Barolo’s Riserva Special.

“Waarom ga je verkopen?” vraag ik en ik draai me om en bekijk zijn landhuis nog eens aandachtig. Op de grote eettafel, half onder de wijnranken, zet mijn vrouw de lunch klaar.

“Het was een droom en die droom is uit,” zegt Frans.

“Je hebt het nog geen tien jaar,” zeg ik.

“Els en ik wilden hier genieten van ons ­pensioen. Genieten was hier zitten, wijn drinken, niets meer te hoeven…”

Hij is even stil en omdat ik zwijg, gaat hij verder: “Dit was waarvoor ik had gewerkt en geld opzij had gelegd. Ik hield alleen geen rekening met ziekte, met dood, en daarna met eenzaamheid. Ik verlang nu naar Amsterdam, zoals ik in Amsterdam heb verlangd naar Piëmont.”

Ik citeer voor hem het gedicht van Jacob Israël de Haan: “Die te Amsterdam vaak zei: ‘Jeruzalem’/ en naar Jeruzalem gedreven kwam,/ Hij zegt met mijmerende stem ‘Amster­dam, Amsterdam’.”

Frans herinnert zich het gedicht en kreunt bedachtzaam: “Ja… Ja…”

Dan roept mijn vrouw ons aan tafel.

Frans pakt mijn arm en zegt: “Els is nu al vier jaar dood. Vier jaar zit ik hier alleen en denk ik dat ze boodschappen aan het doen is en straks terugkomt. En dat we dan wijn gaan drinken. Elke dag drink ik een mooie fles leeg en ze komt niet. Wie wel komt, hoor ik steeds duidelijker tussen de bladeren en zie ik soms de heuvel opkomen om mij te halen. Hij wacht tot ik genoeg gekrompen ben om tussen het eikenhout te passen.”

Hij lacht er zelf bitter om.

“Niet zo somber,” zeg ik.

“Als ik aan de gelukkige momenten denk die we hier hadden, word ik somber. En als ik aan de sombere momenten denk, wil ik weg. Helemaal weg! Jullie hebben wel gemerkt dat ik te veel uit mijn eigen wijnkelder haal, maar die flessen zijn gevuld met herinneringen. Mooie herinneringen. Maar daar kan ik steeds slechter tegen, terwijl ik steeds beter tegen de wijn kan.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden