Beeld Artur Krynicki

Filmregen in het bos, alsof het niet echt was

PlusFemke van der Laan

We lopen in het bos bij de stad. Voor een frisse neus. De dagen waren gevuld geweest met bank en film en dekentjes en binnenblijven, en niemand vond dat erg, eerder het tegenovergestelde, maar uiteindelijk begon er iemand over buiten. Eventjes. Straks of zo. Eerst wilde er eentje, toen twee, toen toch niemand, daarna een ander, en na een tijdje, toen het straks was, trokken we onze schoenen aan. Nu lopen we in het grijs, met capuchons op en onze handen in onze zakken. Het regent. Het regent hard. Zo hard dat we om de zin ‘Wat zeg je?’ vragen, omdat het geluid van onze stemmen niet boven het tikken van de druppels op de stof van onze jassen uitkomt.

“Kijk, die hond.”

“Wat zeg je?”

“Kijk, die hond!”

Ik kijk naar hoe het water valt, op de open plekken, op de velden. Bijna loodrecht naar beneden en heel veel tegelijk. Ik zag het al eerder, deze week, in het licht van een schijnwerper die een kerk uitlichtte. Rechte regen. Zo recht en zo veel dat het leek alsof het niet echt was. Filmregen. Uit een brandweerslang. Het was alsof ik zo een scène in kon rijden, op de fiets, alsof iedereen klaarstond, op zijn plaats, te wachten tot de regisseur een teken zou geven, de regen was alvast aangezet, straks zou er iets dramatisch gespeeld worden, een afscheid, slecht nieuws, bij voorkeur zou het er in één keer op staan want het water uit de slang was koud. Er gebeurde niets. Er stond niemand klaar. Ik reed langs de kerk en dat was het. Thuis trok ik een andere broek aan en ging op de bank zitten.

Nu is het er weer, in het bos, op de open plekken: rechte regen.

“Kijk, die regen.”

“Wat zeg je?”

“Kijk, die regen!”

Ze kijken. Ze zien het niet. Veel, zegt er eentje. Hard, zegt de ander. Ik leg uit dat het niet echt lijkt, deze regen, dat regen er alleen in films zo uitziet, dat de regen overdrijft – zo veel, zo recht – dat het is alsof de regen auditie doet. Ze kijken weer. Om de hoeken van hun capuchons heen zie ik dat ze niet begrijpen wat ik bedoel. Dat het wel echt is. Dat het hier valt, op deze manier, nu, en dat het daarom echt is. Al is het recht en veel.

Ik kijk naar mijn broek. Mijn neus voelt fris.

“Zullen we straks weer film kijken?”

“Wat zeg je?”

“Zullen we straks weer film kijken?!”

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden