Maarten Moll. Beeld Artur Krynicki
Maarten Moll.Beeld Artur Krynicki

Feestelijke stemming op het plein

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Op het plein heerste een ingetogen, maar feestelijke stemming.

Er werd gegeten en gedronken en gelachen.

Het was behaaglijk warm, de wolken dachten er niet aan roet in het eten te gooien, en de bomen stonden er fantastisch bij. Ze stonden er al heel lang, maar nu pas viel het me op hoe mooi ze waren.

Coronasyndroom. Alles opeens meer waarderen dan vóór de pandemie.

(Natuurlijk weer geen idee. Platanen? Iepen?)

Tafeltjes van het restaurant waren op de verhoging met de fontein gezet. Truien en vesten hingen nog over de rugleuningen. Het water klaterde op een vrolijke manier.

We bestelden een biertje, waarop de jongen van de bediening vertelde dat de tap helaas kapot was, maar dat ze wel flesjes hadden.

Als ze maar koud zijn.

Nou en of, liet hij weten.

Ik liet me in een zeer tevreden stemming een beetje onderuitzakken. Keek eens om me heen.

Hé.

Een paar tafeltjes verder dacht ik iemand te herkennen. Hij zat met zijn rug naar me toe. Ik verwachtte dat hij snel opzij zou kijken zodat ik zijn profiel kon lezen.

Als je hoopt dat iets snel zal gebeuren, zit je in de wacht. (In mijn hoofd speelde zo’n zich steeds herhalend riedeltje.)

Het duurde een flesje, toen ging hij iets verzitten om het ene been over het andere te slaan, en herkende ik hem.

Broodman.

Ik trok mijn wenkbrauwen op.

Wat deed hij hier?

Het bekende liedje als je iemand ergens treft waar je hem niet verwacht. Alsof deze plek van mij was. (Al hebben de meiden lang geleden wel vaak in hun onderbroekjes door het water van de fontein gerend terwijl ik hier op het terras zat.)

Je verwacht ook niet dat, ik zeg maar wat, er een Ajacied opeens naast je aan een tafeltje gaat zitten.

Zoals voetballers op het voetbalveld horen, hoort Broodman op de Ooster Ringdijk te lopen. (Sinds hij er per ongeluk een jonge zwaan doodreed, heb ik hem niet meer op de fiets gezien.) Met in een hand een plastic broodzak met kruimels. Af en toe houdt hij dan stil om een greep in de zak te doen en het broodkruim in het gras of op het pad te gooien.

Altijd zijn er meteen veel vogels. Die ik nooit opmerkte in de momenten voor hij strooide.

Nu zat hij hier, met een vrouw. Hij maakte bewegingen die ik niet herkende. Gooide lachend zijn hoofd achterover. Hij droeg een frivool overhemd, en ik zag een armband om een pols.

Hij ontregelde me.

Ik kreeg mijn ribeye, al in repen gesneden. Ik wilde er iets van zeggen – ik heb mijn vlees graag in één stuk – maar deed het niet. Bovendien was het niet zo’n avond.

Ik keek nog eens naar Broodman, die een slok wijn nam. En daarna iets met zijn handen deed.

Ik zag hem bijna stiekem iets onder tafel gooien.

Meteen streken er een paar vogels neer aan zijn voeten.

Ik keek het glimlachend aan. De avond duurde nog, we verheugden ons op het toetje.

De orde was zo ongeveer weer hersteld.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden