Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Fabrice was een persoonlijkheid waarvan Amsterdam er te weinig heeft

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Hij was zo’n stadsengel. Het was of hij door het opperwezen was gestuurd met de opdracht de stad hier en daar wat mooier, vrolijker, leuker te maken. Op 31 december is Fabrice Hünd gestorven. De tekenaar, kunstschilder en uitvinder werd zestig jaar oud.

Wie op de laatste dag van het jaar sterft, komt niet in de jaaroverzichten terecht (die zijn dan al af) en dat is onterecht. Fabrice was een markant kunstenaar. Maar ook een persoonlijkheid waarvan Amsterdam er te weinig heeft.

Er is een tijd geweest dat ik elke dag langs een kunstwerk van hem liep. Op de hoek van de Cornelis Schuytstraat en de Willemsparkweg had hij het loze transformatorhuisje omgedoopt tot een schitterend kunstwerk, een mozaïek met mythische voorstellingen, zo leek het. De duizenden scherven die hij op het huisje had geplakt, leiden je op een geheimzinnige manier naar uitzichten op het Fabriceparadijs. Het heette In den bescherfden schuyt, de naam van een café of herberg. Daarbinnen zou vast die vrolijkheid zijn die het werk uitstraalde.

Kijk ook maar eens naar zijn mozaïek op het Marie Heinekenplein. Je ziet zijn lust in de liefde en het leven, dat vooral kleurrijk moest zijn. Het was of zijn stadsmozaïeken zeiden: ‘Kijk, zo kan het leven ook zijn.’

Hij zag er zelf ook uit als een paradijsvogel. Een grote jas naar eigen ontwerp, overhemden naar eigen ontwerp. Alles in de herkenbare Fabrice­kleuren en -vormen. Was die vrouwenfiguur zijn muze, Cornelia Doornekamp, met wie ik hem zag toen hij aan het werk was in de Cornelis Schuytstraat? Ik vermoed het. Mooie grote ogen. Ze kijken me altijd aan als ik in lijn 2 zit en langs het kunstwerk kom.

Ik heb Fabrice een paar keer gesproken. De laatste keer was misschien een jaar geleden in café Krom. Hij had een tas met boeken van zichzelf bij zich. Uiteraard kocht ik een exemplaar.

Van ons gesprek herinner ik me niets meer. Ik had wat gedronken, Fabrice kon ik op dat moment geen plezier doen met een alcoholhoudende versnapering. Ik weet alleen dat ik hem – enigszins melig – vroeg: “Ben je zelf een mozaïeksteentje?”

“Net als jij,” antwoordde hij.

Ik weet verder alleen dat we plezier hadden.

En dat is precies wat zijn kunstwerken ook doen. Ze dwingen je tot plezier. In de stad kaatsen ze een vrolijker licht terug.

We zijn kleine steentjes, stukjes glas, stukjes spiegel, scherven die uiteindelijk iets uitzonderlijks kunnen worden.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden