Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Extremisten kunnen zichzelf niet relativeren

PlusTheodor Holman

Natuurlijk was het een rechts­extremist in Hanau.

Extremisten ontdekken op een dag dat ze in een dystopie leven en willen zich met een zelfbedachte ­heldenstatus naar het paradijs schieten.

Mijn stelling is: extremisme leidt tot paranoïde waanzin door de aantrekkelijkheid van het extremistische denken.

De extremist denkt in grote generalisaties.

De wereld is goed of fout. Mensen zijn dus ook goed of fout. Gaat er iets verkeerd, dan is dat de schuld van – vul maar in – de joden, de moslims, de vrouwen, de homo’s, de ander. Kortom, de extremist kan altijd comfortabel in de ­hangmat van zijn gelijk liggen wiegen. Niets stoort hem. Hij heeft overal een antwoord op. Hij is altijd schuldeloos.

Maar.

De grootste vijand van de extremist is de nuance.

Wie nuanceert, haalt het wereldbeeld van de extremist onderuit.

Nuance maakt onzeker, ­angstig.

Niet alle joden, moslims, vrouwen, communisten, ­fascisten, homo’s of trans­genders blijken slecht. Dat zijn ze wel, vindt hij. Ze spelen dus een rol. En door die rol ziet de goegemeente niet hoe ze ‘werkelijk’ zijn. Dat ziet de extremist wel. Hij meent dat die ander steeds meer macht krijgt en kan er op een gegeven moment niet meer tegen en denkt door te doden moreel juist te handelen.

De slachter van Hanau ­doodde, voordat hij de hand aan zichzelf sloeg, ook zijn moeder.

Het vermoorden van de ­allerdierbaarsten zie je vaak. Je denkt dat ze hun moeder, of hun vrouw, of hun kinderen, de schande willen besparen, maar dat is niet zo. Ze willen dat die niet in de wereld verder moeten leven. Dat willen zij zelf trouwens ook niet. Ze weten dat de maatschappij die zij verafschuwen ze zal straffen, terwijl ze held of ­martelaar kunnen worden door de hand aan zichzelf te slaan.

Extremisme is de uiterste consequentie van idealisme.

Extremisten kunnen zichzelf niet relativeren. Grappen over jezelf maken betekent immers dat je zwakke kanten hebt, dat je de waarheid in een ander perspectief kunt zien. Andere perspectieven nuanceren – en zijn dus een gevaar.

Niet dat extremisten niet lachen. Ze lachen uit. Ze lachen tevreden als ze hebben gedood, ze lachen als ze ­denken dat ze zelf slimmer zijn dan de rest, ze lachen om alles wat gruwelijk is.

Waarom zijn ze uiteindelijk niet bang voor de dood?

De dood is een vriend van de extremist. De dood nuanceert namelijk niet. Heeft ook geen humor.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden