Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Excuses over slavernijverleden? Ik zou niet weten waar ik ‘schuldig’ aan ben

Plus Theodor Holman

Omgekeerd kwam vaker voor, maar mij zijn ook wel eens excuses aan­geboden. Woordkeus en het daarbij behorende gedrag hadden altijd iets wonderlijks.

Iemand ‘biedt aan’ (dus je kán weigeren), en wat hij aanbiedt zijn ‘excuses’ (meervoud). Wat die excuses precies inhouden, is onduidelijk. Althans, dat is het eigenlijk helemaal niet. Of het nu meervoud of enkelvoud is, een ‘excuus’ of ‘excuses’ is niet meer dan een woord of zijn woorden waarvan de inhoud of de zwaarte of de status wordt bepaald door de luisteraar.

Jij ‘aanvaardt’ ze en knikt.

Het aanbieden en aanvaarden van excuses is een verbaal ritueeltje. Tussen ‘mijn excuses dat ik te laat ben’ en ‘mijn excuses voor ons slavernij­verleden’ zit wat betreft de gebeurtenis een wereld van verschil, maar met dat woord ‘excuses’ moet als een wij­waterkwast worden gezwaaid. Wie ze krijgt moet knikken en dankbaarheid uitstralen.

Dat ritueel schijnt nodig te zijn, want er is behoefte aan. Sommigen worden daar blij van.

Zo gaat Amsterdam volgend jaar ‘excuses maken’ voor de betrokkenheid bij het slavernijverleden. Hoe dat ritueel vorm wordt gegeven, weet ik niet (meestal een paar ontroerende redevoeringen en wat kaarsen die worden aangestoken plus een mooi lied), maar het gevolg is dat je na het maken van die excuses de ander niets meer mag kwalijk nemen. Excuses ‘aanvaarden’ betekent: je hebt je fout en je schuld ingezien, we nemen je niets meer kwalijk. Een verschoningsritueel. We doen net of na het maken van de excuses de boze geesten van de schuld verdwenen zijn.

Juist om de inhoudloosheid van het ritueel vind ik het aanbieden van excuses ridicuul. Geef extra geld voor diepgaand historisch onderzoek, subsidieer een leerstoel of ­promovendi, bereid een mooie publicatie voor – dat zijn concrete zaken waaraan iedereen meer heeft dan aan het maken van excuses.

Amsterdam maakt nu excuses aan… Amsterdammers.

Die excuses worden straks ook namens mij gemaakt, terwijl ik echt niet zou weten waar ik ‘schuldig’ aan ben. In Amsterdam wonen zo’n 170 nationaliteiten, daarvan hebben er weinig schuld aan ‘ons’ slavernijverleden. Dat er in de zeventiende eeuw schurkenstreken zijn uitgehaald, wéét ik trouwens al.

Nazaten van slachtoffers zullen er ongetwijfeld zijn; we zijn tenslotte allemaal slachtoffer van iets dat in het verleden is gebeurd, zoals we allemaal ook schuldig zijn aan bepaalde zaken.

Mijn excuses als ik met dit stuk iemand geërgerd of gekwetst heb.

Theodor Holman(1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden