Femke van der Laan Beeld Agata Nowicka

Even zie ik mezelf zitten, wachtend op de sneeuw

Plus Column

Onder mijn voeten voel ik de ribbels van de radiator. Ik lig op mijn rug op de grond. Eerst had ik rechtop gezeten, op een kussen. Mijn rug tegen de ribbels. Met mijn handen hield ik mijn tenen vast. Ze waren koud. Mijn rug was warm. Toen draaide ik het om.

Nu ligt mijn hoofd op het kussen, voel ik de vloer onder mijn rug en beweeg ik met mijn voeten over de verwarming. Van ­elkaar af en naar elkaar toe. Het metaal maakt geluid. Een ribbelig geluid.

Ik draai mijn hoofd iets naar links. Naar het raam. Vanaf het kussen zie ik nog net de platte daken van de overburen. Daarboven is alleen maar blauwe lucht. Morgen gaat het sneeuwen.

Ik hou mijn voeten even stil en beweeg ze dan van ­boven naar beneden. Ik hoor mijn sokken over de radiator glijden. Het ribbelgeluid is weg.

"Waarom lig je zo?"

Ik draai mijn hoofd naar rechts. Daar zijn de knieën van de jongste.

"Ik heb koude voeten."

"Mag ik erbij?"

Ik leg mijn rechterarm opzij. Knik naar mijn rechterschouder. Daar kun je.

Nu bewegen er vier voeten van boven naar beneden. Ik kijk weer naar de lucht.

"Morgen gaat het sneeuwen."

"Echt?"

"Ja."

"Blijft het liggen?"

Als ik mijn schouders optrek, bewegen de haren van de jongste over mijn wang.

Ik kijk naar de hijsbalken aan de dakrand van de overburen. Ik beeld me in dat ze hetzelfde geluid zouden maken als de verwarming als ik eroverheen zou gaan met mijn voeten. Ribbelig. Metalig.

Even zie ik mezelf zitten, op de dakrand. Vlak voor de schoorsteenpijpjes. Mijn voeten warmend aan een hijsbalk. Wachtend op de sneeuw. Door het raam aan de overkant zie ik een vrouw en een jongen liggen. Vier voeten tegen een ­radiator. Een kussen op de grond. De vrouw haalt haar schouders op.

"Waar kijk je naar?"

"Die verhuisbalk daar."

De jongste tilt zijn hoofd op. Ik denk aan natuurkunde. Ik zie een klaslokaal. Ooit heb ik het geweten, hoe het zat met takels, kracht, touwlengte. Maar de sneeuw bleef niet liggen.

Het hoofd van de jongste gaat weer naar beneden. Hij gaat het nog leren.
Met mijn voeten op de warme hijsbalk zie ik de vrouw achter het raam weer haar schouders ophalen. "Misschien blijft het wel liggen."

Ik tik tegen zijn voet aan. Ze houden in het midden stil. Daarboven laat ik mijn voeten weer van links naar rechts gaan. Over de ribbels. De jongste doet mij na. ­Samen laten we de radiator zingen.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees hier al haar columns terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden