Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

Even roddelen, ik ken weer een coronageval

PlusTheodor Holman

Ik ken weer een coronageval. Even roddelen met Frank.

“Weet je wie corona hebben?”

“Nee, vertel.”

“Manon en Freek.”

“O ja… Godver. Dat wordt de dood van Freek.”

“Ja, precies.”

“Hij heeft al ernstige longemfyseem en een klepperende hartklep of zoiets toch?”

“Ja, die haalt het niet…”

We praten wat door en besluiten dat we elkaar vanavond in het café zien.

Even later word ik gebeld. Het is Thomas.

“Hoi! Weet jij wie corona hebben?”

“Ja, Manon en Freek.”

“Ja… Hoe weet jij dat?”

“Gehoord van Fons, de broer van Freek.”

“Ga jij Freek nog bellen?”

“Nee,” zeg ik, “ik ben niet meer zo goed met hem. Hij heeft mij toevallig net vorige week een klote e-mail gestuurd waarin hij mij verwijt te rechts te zijn en dat een teken van domheid vindt.”

“Dan moet jij hem nu mailen dat jij het krijgen van corona een teken van domheid vindt.”

“Nee, zo ben ik niet. En trouwens… Ik denk…”

“Jij denkt ook dat het zijn dood wordt.”

“Ja, en laten we wel wezen, wij kunnen het ook krijgen.”

We nemen van elkaar afscheid met de ouderwetse uitdrukking: “Hou je haaks!”

Even later word ik teruggebeld door Thomas.

“Hoi, Ik heb Freek gebeld. Gewoon de stoute schoenen aangetrokken. En met een smoes. Hij ligt nog niet in het ziekenhuis hoor. Hij heeft wel wat koorts en is erg moe. En hij heeft corona, net as Manon, want ze zijn getest, maar hij kan ook nog gewoon ademhalen. Zei-die.”

“O gelukkig… Hoewel… Het kan opeens erger worden.”

“We hebben het nog over jou gehad, trouwens. Hij heeft spijt van zijn mail en wil het goedmaken voor het geval dat… ”

“Dan kan hij mij mailen en bellen. En zo kwaad ben ik niet.”

“O… Nou, ik zei dat je woedend was. Hij zei dat hij het meer komisch bedoelde… Satirisch. Niet kwaadaardig.”

“Waarom zeg je dat nou ook tegen hem?”

“Het is toch zo?”

“Ja… Maar verdomme, dan moeten we dit weer uitpraten terwijl het slecht met hem gaat. Sinds wanneer gebruikt Freek satire?”

“Niet alleen jouw satire is leuk. Ik begrijp van jou soms ook niks.”

Ik druk Thomas weg.

Dan belt Frank weer.

“Ik hoor van Freek dat jij ruzie met hem hebt over iets futiels, maar wat wel waar is. Je moet het nu snel met hem goedmaken. Voor het geval dat…”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden