Plus Column

EU van jou, EU van mij

Johan Fretz Beeld Artur Krynicki

De laatste ontwikkeling van Kafka op het Eiland: om uitstel te krijgen van de Europese Unie om de Europese Unie te verlaten, zullen de Britten waarschijnlijk moeten meedoen aan de verkiezingen voor de Europese Unie, wat erop neerkomt dat tegenstanders van de Europese Unie straks campagne gaan voeren voor zetels in de Europese Unie, omdat ze anders nooit uit de Europese Unie weg kunnen.

Het is moeilijk kiezen tussen leedvermaak en mededogen. De Britten willen weg, maar niet echt weg, behalve onder bepaalde voorwaarden, maar ook wanneer die worden ingewilligd, willen ze nog even blijven, of niet en dat is onze schuld. Zoiets. Waar doet dit mij aan denken?

In mijn studententijd was ik stapelverliefd op een meisje, dat soms ook wel een beetje verliefd was op mij. Soms dus en slechts een beetje. Maar heel af en toe, onverwachts, laaiden haar vlinders toch op.

Dat gebeurde telkens net wanneer ik had besloten dat het maar eens afgelopen moest zijn met dat halfbakken gedoe tussen ons, me moedig van haar losweekte en mijn blik richtte op iemand anders.

Juist op die momenten, ik hoefde dit niet eens aan te kondigen, kwam in het meisje een wonderlijk verlangen vrij om in mijn innige nabijheid te verkeren. En ik, weke zak hooi, liet natuurlijk stante pede alles uit mijn handen vallen, fietste naar haar toe en sloot haar in de armen.

Maar de omhelzing had nog niet plaatsgevonden of haar verliefdheid was alweer verworden tot de milde en wisselvallige variant. Zeer vermoeiend, maar ook heel menselijk en verklaarbaar. Haar kortstondige vlinders waren natuurlijk niet bestemd voor mij, maar voor mijn bewondering.

Zo verlangt men in het Verenigd Koninkrijk nu al maanden naar onze aanbidding, vanaf het vaste land. Naar die onvoorwaardelijke liefde van kort geleden, voor hun wispelturigheid, linkerrijbanen, eigen munt en wolkjes in de thee.

Ze verlangen naar de speciale status die we ze decennialang onbaatzuchtig toebedeelden, zonder dat we daar iets voor terug hoefden.

Ze knipten in hun vingers en we stonden alweer voor hun deur, om al hun eisen in te willigen. Maar die tijd is geweest. De EU blijkt minder naïef dan ik toen, met dat ene meisje.

En dus zien ze op het eiland met leden ogen aan hoe wij hier met ons leven zijn verder gegaan en hoe het ons eigenlijk bijzonder weinig kan schelen dat zij wegzakken in hun eigen moeras van onvermogen.

Hoe wij meewarig, haast onaangedaan, toekijken wanneer hun onvermoeibare premier, murw van alle toast met pindakaas en messen in haar rug (daar geplaatst door misogyne machtswellustelingen), voor de zoveelste keer aan onze deur staat te bonzen met belachelijke eisen.

Nee, het Verenigd Koninkrijk wil absoluut niet bij ons horen, maar wil wel dat wij tot in de lengte der dagen naar haar blijven smachten. Helaas: op een gegeven moment moet de aanbidder, in een doodlopende relatie, de knoop doorhakken.

Genoeg uitstel. Genoeg inlegvelletjes. Gewoon de spullen verdelen - EU van mij, EU van jou, maar gekregen van mijn moeder dus van mij! - en move on.

Op een dag belde het meisje op, om voor de zoveelste keer te vertellen dat ze misschien toch wel heel verliefd op me was. Ik stond al op het punt om op de fiets te stappen, maar drukte haar weg. Vanaf toen klaarde alles op.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij heeft een wekelijkse column in de krant.

Reageren? j.fretz@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden