Maarten MollBeeld Sjoukje Bierma

Erika was een verschrikkelijk wreed strafkamp

PlusMaarten Moll

Vlak bij kasteel Eerde in O. werden in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw de Sterkampen gehouden. De nieuwe wereldleraar Krishnamurti, spiritueel leider van de Orde van de Ster in het Oosten, sprak voor tienduizenden volgers over ‘leven in vrijheid’ en het ‘zoeken naar waarheid’.

(Op het kleine station van O. stopten in die tijd treinen uit Stockholm, Berlijn, Wenen en Milaan, nu alleen die uit Zwolle en Emmen.)

Een paar jaar nadat het laatste Sterkamp er was gehouden, verrees in 1942 op die plek het strafkamp Erika. In het Duits: Arbeitseinsatzlager Erika. Van vrijheid naar onderdrukking. Het was een verschrikkelijk wreed kamp.

We liepen op de Besthmenerberg langs gedenkstenen van Krishnamurti en het strafkamp. Ik belde mijn moeder. Of ze nog iets wist over kamp Erika. “Ik was een jaar of zes toen ik, achter op de fiets bij mijn vader, een keer langs het kamp kwam,” zei ze. “Ik herinner me nog die lange, pikzwarte laarzen van de soldaten bij de poort. Heel dreigend vond ik dat, en doodeng.”

De dagelijkse leiding was in handen van de in Amsterdam geboren Karel Lodewijk Diepgrond, en het personeel werd grotendeels geworven uit Amsterdamse werkloze collaborateurs.

“Het kamp lag in de bossen,” zei mijn moeder, “je merkte er niet zoveel van.”

In O. zelf hadden we in een etalage van een leegstaande winkel een soort expositie gezien over de oorlogs­periode in de stad. Namen en foto’s van weggevoerde en vermoorde Joodse burgers. Een handtekening­stempel van de inrichter, en commandant van het kamp, de Duitse paardenslager Werner Schwier, verbodsborden voor Joden, een gevangenenjas. En daar lag, in een vitrine, een houten stok. ‘Knuppel van kampcommandant Diepgrond’, stond op het bordje.

“Ja,” zei mijn moeder, “dat was een hele gemene kerel.”

We praatten nog even verder. Ze verhaalde over de Wit-Rus Alex, die door de Duitsers als kok tewerk was gesteld in een keuken vlak bij haar ouderlijk huis. “Ik had met een oorontsteking in het ziekenhuis gelegen, en kwam weer thuis. Toen bracht Alex me een bord witte, zoete havermout. Wit en zoet! Alles was grauw in de oorlog. Zo lekker! Dat weet ik nog heel goed.”

Diepgrond werd na de oorlog tot twintig jaar cel veroordeeld. Vlak na de oorlog kwam zijn vrouw weer in O. wonen. “In een heel oud huisje. Ze werd met de nek aangekeken. Mijn oom Jan is op een dag gewoon naar haar toegegaan. Hij heeft gevraagd of ze nog iets nodig had.”

Mijn moeder vertelde nog wat over de kippen in de tuin, over buurman Jaap. We waren zo’n beetje uit­gepraat. Ik wilde al ophangen.

“Maar die laarzen. Ik heb er nare dromen van gehad.”

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden