Opinie

‘Erdogan zal er alles aan doen om alleenheerser te blijven’

De burgemeestersverkiezing in Istanboel was een tegenslag voor president Erdogan, maar volgens Gürkan Çelik is het niet de vraag óf, maar wanneer en hoe hij terugslaat. 

Transparante verkiezings­banner met het gezicht van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan bij de Galatabrug in het Europese deel van Istanboel. Beeld Hollandse Hoogte / Joris van Gennip

Opnieuw won Ekrem Imamoglu in Istanboel, geen verrassend nieuws voor velen. Maar dit keer verloor Recep Tayyip Erdogans kandidaat met een veel grotere meerderheid dan in maart. Was dit een politieke gok van Erdogan? Ja, want hij heeft zijn miljoenenstad verloren na een kwart eeuw. Nee, want hij heeft enkel gegokt op de burgemeestersverkiezing van Istanboel, niet op de gemeenteraaden die worden samengesteld door de 39 deelgemeentes, daarvan had de AKP – samen met coalitiepartner MHP – er in maart al 25 in handen.

Als de Turkse Kiesraad de verkiezingen óók op het niveau van deelgemeentes had geannuleerd, dan zou het scorebord volgens de uitslag van 23 juni er als volgt hebben uitgezien: CHP: 28, AKP: 11. Maar dat is nu niet het geval. De AKP heeft de komende vier jaar de meerderheid in de gemeenteraad. Dit betekent dat Imamoglu een bijna onmogelijke taak heeft. Daar komt bij dat Erdogan in mei het reglement van de gemeentes liet wijzigen: burgemeester Imamoglu kan zonder toestemming van de raad geen mensen benoemen bij de firma’s die door de gemeente worden aangestuurd. Daar werken nu uitsluitend AKP-aanhangers. En het adagium ’wie Istanbul wint, wint Turkije’ geldt nu, vrees ik, niet echt.

Politieke tegenbeweging

Veel mensen realiseren zich niet dat Erdogan een tacticus is die altijd gewiekst handelt. Nu speelt hij hard tegen Imamoglu, die later een gevaar voor hem kan vormen bij de presidentsverkiezingen. De vraag is niet óf, maar hóe Erdogan gaat terugslaan om de nederlaag alsnog in een overwinning om te zetten.

Welke tactiek zal hij uit de kast halen? Eén ding staat vast, hij zal er alles aan doen om alleenheerser over Turkije te blijven. Wie tegen hem is en zijn positie ondermijnt, kan rekenen op een bestraffing. Dat geldt niet alleen voor Imamoglu. Ook Ahmet Davutoglu, ooit zijn premier, en Abdullah Gül en Ali Babacan, respectievelijk de vorige president van Turkije en de oud-minister van Economische en Buiten­landse Zaken, zijn niet uitgezonderd. Deze drie voormannen van AKP-huize zijn al enige tijd bezig ─ tot nu toe in betrekkelijke stilte ─ een politieke tegenbeweging op poten te zetten.

Zodra ze hun actie openbaar durven maken, zal Erdogan hen ongetwijfeld hardhandig aanpakken door onmiddellijk het volk de waarheid te vertellen – zíjn waarheid en velen zullen doen alsof ze hem geloven – dat Ahmet, Abdullah en Ali inheemse marionetten zijn van buitenlandse mogendheden, met name van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie.

Economische neergang

Nog belangrijker is de economische neergang in Turkije. Door de politieke onrust verlaten niet alleen mensen het land, maar ook het Turkse geld stroomt weg. Gaat de geschiedenis zich herhalen? Immers, in 2002, vlak voor ­Erdogan en zijn Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP) de politieke arena betraden, had de Turkse economie een dieptepunt bereikt. Toen onderging het land een acute liquiditeitscrisis en kelderde de waarde van de Turkse lira. De huidige economische neergang baart velen grote zorgen.

De inflatie ligt rond de 20 procent en de werkloosheid onder de jeugd bedraagt 26 procent. De algemene overtuiging is dat geen enkele leider de honger van zijn volk kan overleven. Dat het volk de prijs van de economische achteruitgang zal betalen, staat buiten kijf.

Miljonairs wijken uit

Interessant genoeg wordt politieke onrust in Turkije altijd gevolgd door economische crises. Het omgekeerde is overigens ook waar. Het verlies van vertrouwen in Erdogans politiek heeft gevolgen voor het buitenlandse en binnenlandse kapitaal. Turkse miljonairs wijken in hoog tempo uit naar ‘veilige havens’. Zij geven daarbij de voorkeur aan westerse landen.

Erdogan kan de economische recessie niet stoppen, maar hij blijft wel aan de macht. Hij is herkiesbaar in 2023, het jaar dat de Turkse republiek 100 jaar bestaat, en kan aan het roer blijven tot 2030. Dat is zijn ultieme doel. De grote overwinning van de oppositie in Istanboel biedt geen enkele garantie dat de grote baas zijn plek vacant zal maken, maar ze heeft het volk wel een flinke scheut dapperheidselixer gegeven voor een nieuwe stap in de richting van een democratisch Turkije.

Gürkan Çelik. Turkijespecialist en auteur van ‘Turkey in transition: the dynamics of domestic and foreign politics’.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden