Roos Schlikker. Beeld Marjolein van Damme
Roos Schlikker.Beeld Marjolein van Damme

Er zou meer in dit kind kunnen zitten dan een piemeltekenaar

PlusRoos Schlikker

Roos Schlikker

‘Mam? Weet je waar ik erg mee zit?”

Het is dinsdagavond en ik lig met mijn zoon in bed, hopend dat zijn slaap snel komt. Tijdens de Citoweek moeten scholiertjes immers vroeg pitten, zodat de hersentjes klaar zijn voor noeste arbeid. Mijn kind haat toetsen. Hij heeft een eigenzinnig hoofd dat zich nauwelijks laat testen. Niet voor niets belandde ik toen hij drie was met ’m in het oogziekenhuis voor totaal onnodig onderzoek omdat het jong op het consul­tatiebureau weigerde stompzinnige figuurtjes juist te benoemen. Bij alles riep hij ijzerenheinig “Een clown!” Zelfs waar het overduidelijk hanen en fluitketels betrof.

Op school tekent hij het liefst piemels op taaltoetsblaadjes. Of hij prakkiseert over een nieuwe uitvinding voor de wereldvrede terwijl hij wordt geacht ­breuken te vermenigvuldigen. Als keeper in zijn voetbalteam zie ik hem hele wedstrijden koprollen maken (“Ik wil kijken of ik duizelig word”) om op het nippertje, als een springveer opkomend, een bal uit het net te tikken. Tja. Toen de gezeglijke kinderen werden uitgedeeld die braaf zwijgend kleurplaten binnen de lijntjes invullen, stonden mijn man en ik niet vooraan.

Halverwege groep 8 is het serious-­Cito-business. Eind vorig jaar was de school niet zeker over het voorlopig advies. Er zou meer in dit kind kunnen zitten dan een piemeltekenaar. Daarom werd een IQ-test geadviseerd. Van het eindrapport kreeg ik ietwat de slappe lach. Meneer bleek een dusdanig ‘disharmonisch profiel’ te hebben dat een betrouwbare uitslag niet te geven was.

Nu ligt hij naast me in het grote bed, zijn bottige knietjes steken in mijn onderrug, als hij zegt ergens mee te zitten. Zouden het die rottoetsen zijn? Wat als je kind zich niet laat inkaderen? We hebben een schoolsysteem ingericht op cijfers en tabellen. Niet op vrijdenkers en rebellen. Maar soms is vrolijke eikeligheid juist ­datgene wat je in het leven ver brengt. Zou er een middelbare school zijn waar ze dat ook inzien? Is er een plek waar mijn kind past? En zou hij er überhaupt ingeloot kunnen worden?

“Mam?” klinkt het weer.

“Zeg het maar, jochie,” brom ik, balend dat we aan alle kanten zijn opgeslokt door het systeem.

“Als ik oranje zie… Zie jij dan ook oranje?”

“Huh?”

“Of zie jij een andere kleur? Hoe weet ik dat jouw oranje het mijne is? We wijzen hetzelfde aan, maar zien we ook hetzelfde? Waarom kun je nooit in het hoofd van iemand anders kijken?”

Ik glimlach. Want ik weet het niet. Het enige wat ik weet, is dat dit een uitstekende vraag is. Uiteindelijk kunnen we nooit in het hoofd van iemand anders kijken. Hoe hard we het ook proberen met toetsen en tabellen.

Langzaam wieg ik weg in een zachte slaap. In de verte hoor ik zijn stemmetje nog. “Mam, weet je wat mijn droom is? Een grote mand. Zo groot als deze kamer. En dan ben ik een hond. En jij ook. En we leven samen hier. Zou dat niet fantastisch zijn?” Ik knik. Dat is fantastisch. Net zo fantastisch als hij.

r.schlikker@parool.nl

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden