Plus Max Pam en Paul Bril

Er zitten ook nadelen aan een president op leeftijd

Eén kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Deze week: oude politici.

Max Pam en Paul Brill Beeld Artur Krynicki

Van Drees trekken

Uit eigen ervaring weet ik dat ouder worden een traject is dat ik niemand kan aanraden in te slaan. De dood, dat is iets anders, want een eeuwig leven ­ambieer ik niet. Maar aftakeling en pijn sla ik liever over. Als een gloeilamp – pats in één keer uit – dat lijkt me wel wat. Maar voorlopig is mijn houding die van Harry Mulisch: “Dat ik sterfelijk ben, moet eerst maar eens bewe­zen worden”.

Culturen staan verschillend tegenover ouderen. In India wordt de oudste gezien als het hoofd van de familie bij wie men altijd om raad moet vragen, terwijl onder Eskimo’s de oudste achterblijft omdat hij zijn familie niet tot last wil zijn. Mijn indruk is dat in Nederland de achting voor ouderen dalende is. Wanneer men op Twitter – dat is misschien geen maatstaf – het niet eens is met iets wat ik heb beweerd, dan begint men altijd meteen over mijn leeftijd (72) te zeiken. Dat soort lui beschouw ik als de grootste oliebollen.

Oude politici vormen een aparte categorie. In ons land stond Willem Drees (1886-1988) altijd hoog in aanzien. Zijn leeftijd sprak in zijn voordeel. Hij werd vadertje Drees genoemd, ook toen hij allang grootvader was. Ik vraag me af of zo’n bejaarde politicus in het huidige Nederland nog zou kunnen. Jan Terlouw is 87, maar hij heeft toch vooral de status van iemand die uit nostalgie een touwtje uit de brievenbus hangt.

In de Verenigde Staten ligt dat anders. Daar lijkt het eerder normaal dat politici en journalisten zeventig plus zijn. Dat was al zo toen over de 73-jarige Ronald Reagan werd geroepen dat hij te oud was voor het presidentschap. In het tv-debat met zijn rivaal Walter Mondale debiteerde Reagan destijds de grap: “Ik maak van leeftijd geen issue in deze campagne. Ik ga niet voor politieke doeleinden een punt maken van de jeugd en de onervarenheid van mijn opponent.” Heel Amerika lachte en Reagan werd gekozen.

Wat natuurlijk niet betekent dat er geen nadelen zitten aan een president op leeftijd. Aan het eind van zijn tweede ambtstermijn leed Reagan aan alzheimer en was hij niet meer in staat beleid en besluit van elkaar te onderscheiden. Grote ongelukken zijn er toen overigens niet gebeurd.

De bekende journalist en columnist J.L. Heldring (1917-2013) vroeg na zijn 75ste elk jaar aan zijn hoofdredacteur of hij nog wel goed genoeg was. Hij mocht bijna tot aan zijn dood doorgaan. Éamon de Valera (1882-1975) was, na zeventig jaar politieke strijd, 91 jaar toen hij eindelijk als president van de Ierse Republiek aftrad. Op die leeftijd trok Drees allang van Drees.

Max Pam

Talent genoeg

De Amerikaanse presidents­verkiezingen zijn pas over 17 maanden, maar een argeloze tv-kijker of krantenlezer in Amerika zou makkelijk de indruk kunnen krijgen dat de stem­lokalen al over 17 dagen opengaan. Geen dag gaat voorbij zonder campagnenieuws.

Niet alleen de 23 Democraten die de nominatie van hun partij hopen te bemachtigen, zijn in full swing, ook president Trump staat al helemaal in de vechtstand. Nou ja, dat laatste is niet ongewoon, want het sarren van opponenten is duidelijk zijn favoriete bezigheid. Hij is er ook zeer bedreven in.

Trump richt zijn pijlen vooral op Joe Biden, en verder op Bernie Sanders en Elizabeth Warren. Dat is geen toeval. In de peilingen gooit dit drietal voorlopig de hoogste ogen om volgend jaar de Democratische uitdager van de president te worden.

Stel dat dit niet verandert. Dan wordt de presidentsverkiezing van 2020 een duel van zeventigers. Trump zal dan 74 zijn, Biden 76, Sanders 78 en Warren 71. Tel daarbij op dat Nancy Pelosi, de Democratische voorzitter van het Huis van Afgevaardigden en dus de op twee na hoogste gezagsdrager van het land, ook al 78 is. Ik zal de laatste zijn om leeftijd uit te roepen tot de maat der dingen, maar dit overwicht van zeventigers doet toch wel een beetje denken aan de nadagen van de Sovjet-Unie.

Er is nog een lange weg te gaan en uiteraard bestaat de kans dat een jongere Democraat zich naar voren weet te dringen. Behalve Biden, Sanders, Warren en acht babyboomers zijn tien representanten van de Generation X (geboren tussen 1965 en 1980) en twee millennials (1981-1995) in de race. Aan gegadigden dus geen gebrek. Ook niet aan talent. Maar vooralsnog is er niet een die er echt uitspringt. Waarbij natuurlijk wel moet worden bedacht dat campagnes weliswaar op volle toeren draaien, maar dat de meeste Amerikanen nog helemaal niet bezig zijn met de verkiezingen. Het is dus niet vreemd dat in deze ­fase bekende namen prevaleren.

De grote vraag is wat in 2020 de insteek van de race zal zijn. Ik zie voorlopig vooral een parallel met 1984 en 2004. Beide keren waren de verkiezingen in hoge mate een referendum over een omstreden, maar bij de eigen aanhang geliefde Republikeinse president, die kon bogen op een goed draaiende economie. Beide keren brachten de Democraten een solide maar niet erg inspirerende uitdager in het veld, die het niet redde.

In 1984 was dat Walter Mondale, in 2004 John Kerry.

Dus moeten de Democraten het misschien toch hebben van iemand die vandaag de dag nog jong en veelbelovend is. Zoals Barack Obama dat was 17 maanden voor de verkiezingen van 2008.

Paul Brill

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden