James Worthy Beeld Agata Nowicka

Er zijn vannacht al genoeg mensen doorgelopen

Plus Column

Een jongen duwt een joint in de richting van mijn gezicht. Het is krom en bruin, en het smeulende gedeelte hangt een beetje.

"Rook met me," zegt hij. Ik wil doorlopen, maar ik zie in zijn ogen dat ik niet door kan lopen. Er zijn vannacht al genoeg mensen doorgelopen. Zo langs hem heen. Als ik doorloop, breekt er iets en breng ik mezelf in gevaar. Ik ken de stad.

Soms is langs iemand heen lopen gevaarlijker dan stil blijven staan. Het doen alsof diegene niet bestaat, zal er alleen maar voor zorgen dat die persoon er alles aan doet om jou te laten zien dat hij of zij bestaat. Dan word je wakker en kijk je in de badkamerspiegel naar je blauwe oog. En dan weet je dat je nooit meer zomaar kunt doen alsof iemand niet bestaat.

"Ik zal met je roken. Wat rook je?"

"Niets dodelijks. Gewoon wat spul dat de scherpe randjes eraf haalt."
"Ik heb niets tegen scherpe randjes."

"Met alle respect hoor, maar als jouw randjes net zo scherp als de mijne waren geweest, zou je voortdurend opengereten in de goot liggen."

"Vroeger waren ze ook wel wat scherper hoor, maar sinds ik een gezin heb, ben ik bijzonder handig met een vijl geworden."

Ik neem een hijs en kijk naar de sterren. Vroeger, toen ik nog klein was, dacht ik dat ik alle sterren kon tellen. Volwassen worden is inzien dat je nooit alle sterren kunt tellen.

"Ik was vandaag zo boos, maar nu ben ik verdrietig. Wat doe jij als je verdrietig bent?"

"Dan luister ik naar River van Joni Mitchell en dan denk ik aan de dagen dat ik nog verdrietiger was."

"Ik woon al twintig jaar in Nederland, maar ik blijf die Pool. Wat ik ook doe. Mensen kijken naar me en zien een bouwvakker, maar ik ben geen bouwvakker. Niet ­alle Polen rijden in een busje. Ik kan of mag hier kennelijk niets meer dan een loodgieter worden. Waar denk jij aan als je aan Polen denkt?"

"Ik ben een keer in Gdansk geweest. Wel lang geleden hoor. Veel lody gegeten. Als ik aan Polen denk, denk ik aan Dudek, Smolarek..."

"Het zijn altijd voetballers of loodgieters. Dat is toch erg?"

"Chopin was toch ook een Pool? En Marie Curie?"

"Dat bedoel ik. Polen kunnen alles. Componeren, Nobel­prijzen voor de Natuurkunde winnen, begrijp je? Ik was net in een kroeg en de barman keek bedenkelijk naar me toen ik een duur drankje bestelde. Hij hoorde mijn accent en dacht dat ik alleen maar bier kon bestellen. Het doet pijn. Ik kan maar niet ontsnappen aan ­jullie vooroordeel. Mijn vader was een bouwvakker. Hartstikke mooi. Hij renoveerde huizen, maar ik wil de wereld veranderen."

"Wat doe jij dan?"

"Ik componeer solostukken voor cello en viool."

"Als ik voortaan aan Polen denk, zal ik aan jou denken."

Ik neem nog een hijs en kijk naar de jongen. In zijn bruine ogen kan ik alle sterren tellen.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden