Opinie

‘Er zijn meer duurzame alternatieven dan biogas, zoals zomerhitte’

In de transitie om de binnenstad aardgasvrij te maken is er gekozen voor biogas en waterstof. Volgens Suze Gehem en Andy van den Dobbelsteen is er een beter alternatief.

De zonnepanelen op het dak van de Amsterdam RAI. Het RAI-zonnedak teltt 1.632 panelen - het grootste van Amsterdam.Beeld ANP

De gemeente Amsterdam wil de stad CO2-neutraal en aardgasvrij maken. Voor de binnenstad wordt grootschalig ingezet op duurzaam gas, zoals biogas of waterstof, in combinatie met hybride oplossingen. Dit kan bij bewoners en ondernemers de indruk wekken dat ze niet veel hoeven te doen. Dat is een weinig inspirerend begin van verduurzamen. Bovendien zitten er een aantal haken en ogen aan. Zo kleven er grote nadelen aan de overschakeling van aardgas op waterstof: het is duur, al het leidingwerk en branders in de panden moeten worden vervangen en de beperkte hoeveelheid waterstof zal in de toekomst vooral nodig zijn voor industrie en zwaar vervoer.

Een alternatief is biogas. Dat kan uit organisch afval worden gehaald, maar in Amsterdam is daar bij lange na niet voldoende van.

Bij hybride oplossingen wordt duurzaam gas gecombineerd met warmtepompen of aangevuld met elektrische infraroodpanelen. Dan is er minder gas nodig, maar Alliander heeft al aangegeven dat in dat geval de stroomvraag te hoog zou kunnen uitvallen.

Behalve de energietransitie kampen binnensteden zoals de Amsterdamse met nog een ander probleem: hittestress. De warmte wordt vastgehouden in stenen, wegen en gebouwen en ook de stad zelf produceert veel warmte. Het grootschalig aanschaffen van airconditioners maakt het probleem alleen maar groter, omdat deze apparaten de gebouwen weliswaar koelen, maar daarmee de omgeving warmer maken.

Ook zorgen hoge temperaturen ervoor dat de waterkwaliteit in de grachten flink verslechtert: hitte bevordert de vorming van blauwalgen en schadelijke bacteriën. Redenen genoeg om voor een andere, duurzamere, en bovendien haal­bare oplossing te kiezen.

Het lijkt wellicht een uitdaging om het Unesco-werelderfgoed van onze stad zodanig te renoveren dat het geschikt is voor een duurzame warmteoplossing. We laten echter op tal van plekken al zien dat het kan. Zo openen we morgen met wethouder Marieke van Doorninck (GroenLinks) twee aardgasvrije appartementen in monumentale panden op de Zeedijk. Deze appartementen, eigendom van NV Zeedijk, zijn geïsoleerd en losgekoppeld van het aardgas. De één wordt verwarmd met infrarood­panelen, de ander met een lucht-warmtepomp.

Ook op grotere schaal zijn er duurzame en haalbare alternatieven. Onderzoek van de TU Delft wijst uit dat de historische binnenstad van Amsterdam de lokaal aanwezige duurzame energiebronnen kan benutten voor verwarming en koeling, en dat (duurzaam) gas dan nauwelijks nog nodig is.

Kwetsbare kades

In het gebied werken we reeds aan oplossingen, zoals een collectieve warmteoplossing voor een gebouwblok en een pilot voor duurzaam kadeherstel. Dat laatste is geen overbodige luxe; vorige week nog stortte een oude kademuur in de binnenstad in. Met zo’n tweehonderd kilometer aan kwetsbare kade is het absolute noodzaak om herstel en verduurzaming als gezamenlijke uitdaging op te pakken.

Rond deze kades en op tal van andere plekken in de stad is een enorme potentie aan warmte aanwezig, alleen op het verkeerde moment in het jaar. We kunnen de warmte in de zomer uit het grachtenwater en de bodem oogsten, opslaan in de ondergrond, om het in de winter te gebruiken, als Amsterdam zich blauw stookt aan verwarming.

Extra isoleren

Een warmtenet dat deze zogenoemde lage­temperatuurwarmte verdeelt, is hiervoor een prima oplossing. Daarmee wordt ook de hitte­stress in de zomer een stuk minder.

De aanleg van zo’n warmtenet kan nú al beginnen en gefaseerd worden uitgebreid. Het biedt basiswarmte voor iedereen. Bovendien daagt het de Amsterdammer uit om extra te isoleren, om zo niet (of minder) te hoeven bijverwarmen. Ook het elektriciteitsprobleem van Alliander wordt hiermee een stuk minder groot, omdat je nu te maken hebt met een basiswarmte van 25 tot 40 graden, en er dus veel minder stroom voor eventuele naverwarming nodig is.

Wij pleiten daarom voor een schaalbaar, ‘lagetemperatuur’-bronnet voor de binnenstad, dat de energie uit de bodem, het grachtenwater en restwarmte gebruikt. Afhankelijk van het type gebouw kan dan bijvoorbeeld met een warmtepomp, elektrisch of met duurzaam gas worden naverwarmd.

Een bronnet zou de binnenstad ook op duurzame wijze van koude kunnen voorzien, waarmee het populaire stuk Amsterdam nog steeds een toeristische hotspot blijft, maar klimato­logisch een coolspot wordt: een prachtige voedingsbodem om bewoners en ondernemers in het gebied mee te laten doen aan deze energietransitie. Green Light District biedt hiermee een prachtige voedingsbodem om bewoners en ondernemers in het gebied mee te laten doen aan deze transitie.

Andy van den Dobbelsteen, Hoogleraar Climate Design & Sustainability aan de TU Delft en principal investigator bij het AMS Institute.Beeld -
Suze Gehem, Oprichter van De Groene Grachten, Rooftop Revolution en Green Light District.Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden