Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Er zijn altijd mensen die andere mensen niet met rust kunnen laten

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Op de brug voor de Muiderpoort zat een schilder.

Lage klapstoel. Bij zijn voeten een bak met potjes verf. Voor zich een ezel met een doek.

Hij keek, met het penseel in de aanslag, aandachtig naar wat hij had gedaan.

Hij schilderde de Muiderpoort, en het zag er realistisch uit.

Een landschapsschilder midden in de stad. En plein air, zo heet dat toch? (Ik denk aan die schitterende ­doeken die Hockney schilderde in de documentaire A Bigger Picture. Dichter bij huis: de schilder Gertjan Scholte-Albers, van wie een formidabel rood-oranje-paars doek bij de scheiding helaas niet mijn kant op viel… ik mis het nog elke dag.)

Ik stond, meters achter de schilder, toe te kijken.

De schilder schilderde een streepje. En na een halve minuut nog een. De weldadige rust waarmee de man daar zat, terwijl trams, auto’s en fietsers met al het geluid dat ze maakten langs hem heen bewogen, sloeg ook op mij over.

Ik zag hoe hij het licht schilderde.

Ik kwam in een cocon van betovering terecht.

Maar. Er zijn altijd mensen die andere mensen niet met rust kunnen laten.

Ik voelde dat er iemand naast me kwam staan. Een forse man, te horen aan het geschuifel en de zware ademhaling. Het gesnuif, het ophalen van de neus.

Ik keek niet, al was mijn staat van zen al aangetast, omdat ik wachtte tot de man zijn keel zou schrapen om er vervolgens een klodder uit te smijten.

Dag betovering.

De schilder deed iets moois met de koepel.

De man naast me had nog niet geschraapt.

“Dat is niet de echte Muiderpoort,” fluisterde hij opeens. Het was niet een stem die raspte, of zo’n harde, hese stem die je vaak in het café hoort als de stamgast zijn mening geeft. Want zo’n man, met een buik en een rood gezicht en dun haar, verwachtte ik te zien als ik naast me zou kijken.

Het was een mooie stem, eentje die je mee naar huis zou willen nemen om hem jou aan bepaalde dingen te doen herinneren. Planten water geven, het vervangen van de vuilniszak. Nou ja, zo hebben we allemaal onze futuristische gedachten. Maar een mooie stem was het wel.

“Dat weten maar weinig mensen,” zei de man.

Ik bleef voor me uit turen. Ondanks een mooie stem moet je oppassen iemand zomaar aan te kijken.

“Dus eigenlijk schildert die man iets dat er niet is.”

Ik knipperde met mijn ogen, ik ben nooit heel goed geweest met metafysica,

Ik keek naar de Muiderpoort, die er heel erg bestaand bij stond. Er streek net een duif neer in een dakgoot.

“Napoleon is toch op zijn paard onder die poort door gereden?” zei ik.

“Ach, Napoleon,” zei hij, en ik hoorde zijn voetstappen en zijn stem van me wegvlieden. “Iedereen haalt er overal en altijd maar steeds Napoleon bij.”

Ik keek naar het schilderij. Ook de voorstelling zag er echt uit. De schilder zette hoog op het doek een witte stip.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden