Natascha van Weezel Beeld Agata Nowicka

Er zat niets anders op dan een slotenmaker te bellen

Plus Column

Sinds kort woon ik in een kleine studio in De Pijp. Op tweehoog-achter, zonder intercom. Nadat ik van de week een pakje van PostNL in ontvangst had genomen, sprintte ik via de steile trappen terug naar mijn woning. Ik probeerde de deur te openen, maar er was geen ­beweging in te krijgen.

In mijn haast had ik hem ­gedachteloos achter me dichtgetrokken.

Daar stond ik dan: zonder sleutels, zonder telefoon, zonder geld, zonder schoenen en zonder panty, want die had ik net in de was gedaan. Wat moest ik in ­hemelsnaam beginnen? Als een bezetene klopte ik op de deuren van de drie - mij nog onbekende - buren met wie ik een portiek deel.

Niemand deed open.

Paniekerig ging ik in de deuropening beneden staan. Als die deur óók dicht zou vallen, kon ik niet meer in het trappenhuis wachten en het stroomde van de regen. Ik klampte verschillende voorbijgangers aan, maar ze liepen allemaal door zonder op of om te kijken. Na lang aandringen mocht ik uiteindelijk de telefoon van een marktkoopman gebruiken.

Ik bad dat mijn moeder op zou nemen; ik ken alleen haar nummer en dat van mijn ex uit mijn hoofd. Die laatste optie zag ik niet zo zitten.

Een halfuur later duwden mijn moeder en ik met vereende krachten tegen de bovendeur. Tevergeefs.

Er zat niets anders op dan een slotenmaker te bellen. Die ­beloofde er binnen twintig minuten te zijn. Een uur ­later belde hij dat hij nog even bezig was met een ­inbraak.

Nog drie kwartier later meldden zich twee ­jonge mannen die zich voorstelden als Milan en ­Francesco. Ze spraken Berbers met elkaar.

"We kunnen niet draaien en ook niet hengelen," ­stelde Milan. "Er moet een nieuw slot in. Dat wordt wat duurder, maar dan heb je ook wat. O ja, omdat het vrijdagavond is rekenen we vijftig procent extra."

Ik keek naar mijn blote benen en voeten.

"Je hebt ­geluk dat je al zo jong op jezelf mag wonen, jongedame," vervolgde Milan brutaal.

Ik onthulde dat ik 32 ben, en hij knipoogde naar mijn moeder: "Nou, dat hebt u goed gedaan, mevrouw." Zijn Calvin Kleinboxershort stak boven zijn broek uit terwijl hij mijn slot kapot boorde.

We juichten toen de deur opensprong. Mijn moeder rookte opgelucht een sigaret en Milan noemde haar de 'coolste moeder die hij ooit had gezien'. Hij bood haar een lift naar huis aan. Wat een leuke en nette mannen, dacht ik nog.

Gisteren volgde de rekening met het luttele bedrag van zeshonderd euro.

Natascha van Weezel (32) is journalist. Elke dinsdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden