James WorthyBeeld Agata Nowicka

Er mogen maar 30 mensen zijn op zijn vaders begrafenis

PlusJames Worthy

Ik zit op de rand van ons bed mijn nette schoenen te poetsen. Ik heb mijn nette schoenen ooit in een winkel in Antwerpen gekocht. Ik draag ze alleen op bruiloften en begrafenissen. Als ik een begrafenis heb, poets ik minder grondig dan wanneer ik een bruiloft heb. Op bruiloften mogen dingen glimmen.

Het is nog vroeg. Door een uitgestorven Amsterdam loop ik naar de begraafplaats. Het is een lange wandeling. Zeker op nette schoenen. Nette schoenen zijn vrijwel nooit wandelschoenen.

De stad heeft er nog nooit zo vredig bijgelegen, zelfs het Wapen van Amsterdam lijkt vanochtend ongeladen. Ik loop langs het huis van een vriend en kijk door het keukenraam bij hem naar binnen. Hij is de ontbijttafel aan het dekken. Vijf borden, beschuit, wit tijgerbrood, twee pakken hagelslag, een fles sinaasappelsap en een cappuccino voor zijn vrouw.

Hij kantelt het raam op een kier en vraagt of ik een begrafenis heb. Ik knik.

“Van wie?”

“Die ken je niet.”

“Maar had ik hem of haar moeten kennen? Nee, wilde ik hem of haar kennen, denk je?”

“Absoluut. Iedereen had hem willen kennen.”

Mijn vriend duwt een dubbele boterham met boter en hagelslag door het gekantelde keukenraam.

“Of heb je al gegeten?” vraagt hij.

“Nee, daar had ik geen tijd voor. Ik moest mijn nette schoenen poetsen.”

Op de parkeerplaats van de begraafplaats staat de zoon van de overledene. Hij is met iemand aan het ­skypen.

“Nee, dit pik ik niet. Ik ken je vader al veertig jaar. Is de begrafenis vandaag?”

“Ja, en er mogen helaas maar dertig mensen aanwezig zijn.”

“En ik hoor niet bij die dertig? Ben je nou helemaal van de ratten besnuffeld?”

“Godverdomme, Ger, denk je dat dit makkelijk is? De begrafenis van mijn vader begint over een uur. Als dat virus er niet was geweest, had ik 600 mensen uit­genodigd. Weet je hoe pijnlijk dit is? Mijn vader was de sociaalste man van de stad. Hij maakte met iedereen een praatje. Dat weet jij. En kijk hoe ik hem moet begraven. Hij krijgt de begrafenis van een eenzame man. Pa heeft alles uit het leven gehaald, maar door al die strenge maatregelen kan ik niet alles uit zijn dood halen. Ik ga hier kapot en ik mag niet eens geknuffeld worden.”

Misschien moet ik hem knuffelen. Nee, ik moet mijn verstand gebruiken. Maar ja, hoe gebruik je je verstand op een begrafenis? Er bestaan pijnen die ieders verstand te boven gaan.

In de zaal zitten echt dertig mensen. Ik heb de koppen geteld. Als ik de man in de kist meetel, kom ik op 31. Achterin de zaal staat een camera op een statief. Die is voor de mensen die hier ook willen zijn, maar de uitvaart alleen digitaal mogen bijwonen. Ik sluit mijn ogen en zie die mensen zitten. Achter hun oude laptop, in een kamer vol multomappen en kapotte printers.

Na de uitvaart is er geen koffie en cake. Iedereen wil elkaar knuffelen, maar de realiteit weigert onze wens te omarmen.

Ik verlaat het gebouw en zie Magere Hein op de parkeerplaats staan. De dood is nog nooit zo mager geweest.

“Sorry,” zegt hij.

Ik wil hem een knuffel geven.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden