Femke van der LaanBeeld Agata Nowicka

Er is een kerstbal kapotgevallen

PlusFemke van der Laan

Ik vis de stoffer en het blik uit het gootsteenkastje, tussen de vuilniszakken en wasbolletjes vandaan. Er is een kerstbal kapotgevallen. Hij glipte uit mijn handen. Het is de eerste ochtend met een kerstboom. De eerste ochtend dat het aandoen van de lichtjes in het rijtje verwarming hoger, wc, telefoon in de oplader, koffie, zit. Daar had ik het bij moeten laten. Lichtjes aan. Klaar. Ik had eraf moeten blijven.

Gisteravond hadden we hem versierd. Na het eten. Iemand zette thee, iemand haalde de dozen van de kast boven, iemand stelde voor dit jaar niets kapot te laten vallen. Tien minuten later waren we klaar. De thee was nog warm.

Ik moest denken aan het zuiden van Italië. Of aan Afrika. Madagaskar. Aan sprinkhanenplagen. Ik zag grote zwermen voor me. Ik hoorde ze krassen. Een korte natuurdocumentaire met een commentaarstem die uitlegde dat sprinkhanen elke dag hun eigen lichaamsgewicht aan voedsel eten, een stem die voorrekende hoelang ze erover deden een akker van elf hectare kaal te vreten. “In een oogwenk.”

Wij waren de sprinkhanen, maar dan andersom. In een oogwenk hadden we de twee meter hoge boom versierd. Met ons eigen lichaamsgewicht aan ballen. Ik voelde me buiten adem, zonder dat ik hijgde.

Ik loop met de stoffer en het blik naar de kamer. De scherven liggen bij elkaar. De bal was eerst van tak naar tak gevallen voor hij op de grond belandde. Van de laagste tak was hij op de vloer gerold. Het was geen harde val geweest. Als ik al wat langer wakker was geweest had ik hem misschien op kunnen vangen. Nu had ik het niet eens geprobeerd. Ik had gekeken.

Gisteravond had ik ook gekeken. Naar de boom die in een oogwenk klaar was geweest. Ik kon me niet voorstellen dat het goed was zo. Het kon alleen maar goed zijn als het langer duurde. Een kerstboom versier je niet zonder dat je thee koud wordt. Maar ik zag niks. Niks wat anders kon.

“Moet er niet iets anders?”

“Nee.”

Vanmorgen keek ik weer. Nadat ik de lichtjes had aangedaan. Ik zag weer niks. Toen verzon ik iets wat anders kon. Omdat het niet klopte. Omdat kerstbomen niet versierd worden door sprinkhanen. Omdat ik een ander beeld in mijn hoofd had. Ik verzon een bal die een beetje meer naar boven kon. Dat zou beter zijn. Ik haalde hem van zijn tak en liet hem vallen.

Ik buk en veeg in een beweging de scherven op het blik. “In een oogwenk.” Als ik weer rechtop sta, kijk ik nog een keer naar de boom. Ik zie niets wat anders kan. Dan ga ik verder met mijn rijtje.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden