Plus Column

Er is een groot Ajaxhart in mij gaan kloppen

Ellen Dikker Beeld Wolff

Met mijn cabaretvoorstelling reis ik het hele land door. Van Groningen tot Venlo en van Enschede tot Zoetermeer. Als ik in het theater aankom, is het gebruikelijk dat de theaterdirecteur mij even opzoekt in de kleedkamer om een praatje te maken. Over mijn voorstelling, over collega's of over de kaartverkoop.

Maar de laatste tijd neemt het gesprek soms een andere wending. Omdat de directeur in kwestie ergens heeft opgepikt dat mijn zoontje bij Ajax speelt. Van de week speelde ik in een plaatsje ­onder Den Haag. Aardige directeur, beleefd gesprekje, vriendelijk lachen. Dan ineens: "Zo, dus je zoontje speelt bij 020. Nou mijn club is het niet. Ja, jullie denken dat je heel wat bent, maar voor mij is er maar één club in Nederland en dat is ..."

Hij hoeft het niet eens te zeggen. Als iemand het over 020 heeft, kun je er donder op zeggen dat hij een fervent liefhebber van 010 is. En dan ontstaat er ineens een vreemde spanning. Dan is het ineens wij en jullie.

Vanaf nu begeef ik me op glad ijs. Want ik wil de relatie met de theaterdirecteur graag goed houden. Omdat ik mijn volgende show ook in zijn theater wil spelen. En men moet niet schijten in z'n eigen voerbak.

"Nou, het is leuk voor dat joch van je." Ik knik en blijf vriendelijk lachen. "Ja, hij vindt het geweldig." "Maar het gaat 'm daar natuurlijk niet ­worden." Ik blijf lachen. "Want Feyenoord heeft de beste jeugdopleiding." Hij zegt het met een grote stelligheid. Alsof het wetenschappelijk bewezen is. En dan gebeurt het. Voor het eerst in mijn leven is het onmiskenbaar: er is een groot Ajaxhart in mij gaan kloppen.

Hoezo?! Hoe komt hij daar nu bij?! Ik moet nu alle zeilen bijzetten om het gesprekje keurig te houden. "Nou dat weet ik nog zo net niet, hoor. Ajax levert nog altijd de meeste spelers aan de eredivisie af."

"Maar Feyenoord is de hofleverancier van het Nederlands elftal." Ineens zie ik ons staan. Als Jip en Janneke touwtrekkend in een welles-nietesdiscussie. Morgen speel ik in Deventer. Dan gaat het natuurlijk over Go Ahead Eagles. Ineens kan ik weer lachen. "Feyenoord is een topclub," zeg ik. "Maar wil je me nu excuseren? Ik moet me nog ­opmaken." "Ach natuurlijk. Toitoitoi, hè!" Ja, we gaan er een prachtavond van ­maken. Ook in Rotterdam.

Cabaretière Ellen Dikker had heel lang niets met voetbal, totdat haar zoon werd gescout door Ajax. Iedere zaterdag schrijft zij in Het Parool een column over haar 'Kleine Messi'. Reageren? e.dikker@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden