Erik Jan Harmens. Beeld Artur Krynicki
Erik Jan Harmens.Beeld Artur Krynicki

Er hoeft niet nóg meer info in mijn kop

PlusErik Jan Harmens

Lang leve de uitvinder van de hoofdtelefoon. Ik kan op Wikipedia zijn of haar naam opzoeken. Ik kan nagaan waarom je die apparaten eigenlijk telefoons noemt. Ik kan het ook laten. Er zit al meer dan genoeg informatie in mijn kop. Er hoeft niet nóg meer bij. Ik laat het. Dat geeft rust.

Ik heb meerdere hoofdtelefoons, zowel voor in het oor als voor erover. Die voor in het oor noem je oortjes. Ze zijn draadloos: ik draai ze vast in mijn oorschelp, mensen zien niet eens dat ik ze in heb. Ze beginnen in de supermarkt een kletspraatje met me over het weer of over het RIVM en ik lach vriendelijk terug, maar als je goed kijkt zie je dat mijn hoofd zachtjes meebeweegt op de maat van een liedje van Body Count: ‘I love my KKK bitch, I love it when she sucks me though! I love my KKK bitch, I love it when she fucks me though!

Ik moet denken aan Meemo, de hitman uit het derde seizoen van de tv-serie Fargo, die altijd oortjes in heeft, ook als hij iemand de hals doorsnijdt. Daardoor lijken de dingen buiten ’m om te gebeuren en precies dat effect sorteren ze bij mij. Ik zie, ruik en voel dingen, maar het scheelt als ik ze niet ook nog eens hóór. Als iedere prikkel een messteek is, dan resulteert bij elk bezoek aan de supermarkt het op mute zetten van de omgeving tot minstens honderd messteken minder.

Voor mijn vijftigste verjaardag kreeg ik een hoofdtelefoon met noise cancelling. Hij cancelt niet alleen noise, maar alle geluiden. Als ik ’m op heb hoor ik niets. Ik kan niet uitleggen hoe gelukkig de stilte me maakt. Halverwege de 19de eeuw bivakkeerde schrijver Henry David Thoreau twee jaar lang alleen in een houten hut aan het Waldenmeer, in het uiterste noordoosten van de Verenigde Staten. Thoreau noemde stilte ‘the universal refuge’, oftewel: een veilige plek voor iedereen. Elk mens met een hoofd vol jagende gedachten, oeverloze overdenkingen, kleine maar tot razernij drijvende ergernissen, nachtelijk gemaal en gemuizenis, duistere denkbeelden, weggedrukte angsten, toxische overtuigingen, heimelijke verlangens, geselende schuldgevoelens, FOMO (fear of missing out), op hol geslagen jeremiades, ineengestorte idealen, van hoofdzaken afleidende bijgedachten, spijt om wat men deed of heeft nagelaten, tergende zelftwijfel, rondzingende oorwurmen (zoals ‘Su-Sussudio’ van Phil fokking Collins), brom-, fluit-, piep- of zoemtonen, vervloekingen en verwensingen, stemmen die niet toebehoren aan iemand in de directe omgeving, nooit verhoorde gebeden of onverwerkt groot leed, gun ik zo’n veilige plek, gun ik de stilte, om van te genieten in een hutje aan het Waldenmeer. Of anders met een noise cancelling-hoofdtelefoon.

Want overal en altijd is er iéts. Maar we verlangen zo naar niéts.

Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. Hij schrijft elke week een column over prikkels en andere zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden