Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Er blaast een kille tocht van onzekerheid over ons

PlusTheodor Holman

We lopen door de Utrechtsestraat. Twee winkels staan te huur. Eén daarvan bestond nog niet zo lang.

Twee panden verder is een meubelzaak waar alles wordt ingepakt en in kisten en dozen wordt gedaan. Ik kom hier vaker, dus ik groet en vraag hoe het gaat.

Wanhoop lijkt altijd op een boom die op omvallen staat.

Ik hoor vraagtekens. En uitroeptekens!

Mijn eigen zinnen kruid ik krachtloos met ‘misschiens’ en zelfs zeg ik het paternalistische ‘volhouden hoor’. Ik schaam me voor het zinloos zoete kwijl waar mijn woorden aan lijken te hangen.

We lopen verder. We kunnen gelukkig nog koffie halen. De dames van het kleine koffietentje zijn een puzzel van 1000 stukjes aan het oplossen. Het lijkt metaforisch voor hun omstandigheden.

Achter mijn mondkapje formuleer ik een zin met ‘zorgen’.

Knikken vinden ze onbeleefd. Misschien lijkt een bevestiging ook op falen. Maar dat doen ze niet. Voorzichtig gaan ze het gesprek aan.

Het gaat nog wel. Het is geen leugen, maar wel een breekbare waarheid. Ze stellen ook vragen. Veel retorische. Ik antwoord door te knikken. Af en toe probeer ik iets uit te leggen, maar ook ik heb te weinig zelfvertrouwen om iets met overtuigingskracht te beweren. Misschien typeert het deze tijd: die kille tocht van onzekerheid die over ons heen blaast.

We nemen afscheid, want we moeten verder.

We gaan naar het Vondelpark, want dat hebben we het hondje beloofd.

Er is agressie. Maar is het wel agressie?

We zien jongetjes (geen meisjes) die van die knetterrotjes naar een man gooien – een oude zeikerd, mijn leeftijd dus – die de knapen heeft terechtgewezen om het een of ander. (Nooit doen, na je 60ste!) Het ziet er enger uit dan het is.

“Wij waren ook zo,” hoor ik.

“Zouden wij ook sneltestbussen met vuurwerk hebben bestookt, ramen van snelteststraten hebben ingegooid, teststraten in brand hebben proberen te steken?”

Een jeugd in crisis voert graag oorlog.

Dan zijn we in het Vondelpark. Het is één uur.

Bij Vondel CS gaat midden op de weg een vrouw zitten en begint uitgebreid en ongegeneerd te pissen. Lachend! Met andere mensen erbij.

De alcoholisten aan de overkant komen niet meer bij. Ze schreeuwen, wijzen, en roepen iedereen op te kijken.

Een tafereel van Breughel of Rembrandt. Maar dan zonder gêne.

Er komt damp van de urine af.

Een damp zonder schaamte.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden