Marcel Levi. Beeld Artur Krynicki
Marcel Levi.Beeld Artur Krynicki

Enig kind is pas later in het leven zielig

PlusMarcel Levi

Marcel Levi

Vroeger op school hadden we heel af en toe een klasgenootje waar we stilletjes en met veel medelijden over spraken omdat zijn of haar ouders gingen scheiden. We vonden het allemaal heel erg zielig en ook de juf of meester besteedde veel extra aandacht aan het slachtoffertje.

Nu word je in de klas met deernis bekeken als je ouders nog bij elkaar zijn. Bij een recent verjaardagsfeestje vertelde een 8-jarig zoontje van een kennis over de hyperingewikkelde constructies waarin sommige kinderen tegenwoordig leven, waarbij zij maandag en dinsdag bij moeder en haar nieuwe vriend en diens eerdere twee (veel oudere) kinderen zijn, op woensdag tot en met vrijdag bij vader die samenleeft met zijn tweede vrouw en inmiddels met haar een tweelingbaby heeft, en het weekend in een willekeurige samenstelling van broertjes, stiefzusjes, eigen ouders en nieuwe aanhang op variabele plekken doorbrengen.

Kinderen zijn natuurlijk ijzersterk en superflexibel en ouders doen echt wel hun best het zo goed mogelijk te regelen, maar het komt ook weer niet direct over als een stabiel nest.

Wat we in de klas ook zielig vonden was als een medeleerling ‘enigst kind’ was. Volgens de toen heersende moraal moest dat toch supersaai zijn, zonder broertjes of zusjes, en bovendien lag altijd een te verwende opvoeding en daardoor een voor altijd bedorven karaktertje op de loer.

Voor kinderpsychologen is dit een dankbaar onderwerp en er zijn talloze onderzoeken of het ontbreken van broers of zussen een minder plezierige jeugd of nadelige gevolgen voor de toekomst met zich meebrengt. Dat lijkt allemaal reuze mee te vallen. Op sommige punten zouden enige kinderen zelfs ietsje hoger scoren, zoals in zelfvertrouwen en zelfstandigheid. Maar in grote lijnen zijn er geen dramatische voor- of nadelen als enig kind van je ouders.

Toch is er misschien wel een ander, veel minder onderzocht, nadeel voor kinderen zonder broers of zussen. Als ouders later ziek of hulpbehoevend worden komt er ondanks alle goede gezondheidszorg en sociale ondersteuning plotseling ook heel veel op het bordje van de kinderen terecht. De meesten doen dat graag, maar het kan wel waanzinnig tijd-consumerend worden. Hoe enorm fijn is het als je dit kunt delen met broers en zussen. Niet alleen is het dan per persoon wat minder werk, maar ook is het delen van de emotie, verdriet of frustratie goud waard.

Geruststellend dus voor ouders met één kind dat hij of zij in het vroege leven waarschijnlijk een prima tijd zal hebben. Maar realiseer je tegelijkertijd dat de ellende wellicht pas op latere leeftijd begint, als de rollen omdraaien en zorgtaken van kinderen voor ouders beginnen te stapelen. En vooral ook belangrijk om niet te vergeten dat je broers en zussen tot je meest kostbare bezit behoren.

Marcel Levi is voorzitter van de raad van bestuur van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Daarvoor was hij ceo van University College London Hospitals en bestuursvoorzitter van het AMC. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? m.levi@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden