Natascha van Weezel Beeld Agata Nowicka

En zo werd ik een absolute fan van Tinder

Plus Natascha van Weezel

Anderhalf jaar geleden was ik plotseling weer vrijgezel na een lange relatie. In zo’n geval zijn er drie dingen die je kunt doen: hard huilen, chocolade-ijs eten én een profiel aanmaken op Tinder. Ik was nieuwsgierig naar de beruchte datingapp, want ik had verhalen gehoord over dramatische eerste afspraakjes, internetstalkers en dickpics. Maar ook over meeslepende liefdes en zelfs Tinderbaby’s.

Dus maakte ik een profiel aan met foto’s waarvan ik vond dat ik er knapper uitzag dan in het echt. In een ­digitale wereld, waar je binnen een milliseconde wordt gekeurd, moet je immers iets hebben om je achter te verschuilen. Af en toe chatte ik met een aantrekkelijke man. Jammer genoeg volgde doorgaans binnen een ­minuut de vraag of ik naar zijn huis wilde komen. Ik was eerder op zoek naar een goed gesprek dan naar snelle seks.

Tinder bleek wél een goede afleiding. Mijn vader lag in die periode in het ziekenhuis en ik bezocht hem iedere dag tijdens het bezoekuur. Soms sliep hij of was er ­visite. Op zulke momenten pakte ik mijn telefoon erbij om eindeloos te swipen. Meestal bewoog ik mijn duim naar links (‘niet leuk’). Toch kwam het ook voor dat ik naar rechts swipete (‘wel leuk’). Elke keer als ik een match had, kreeg ik een kick: alsof ik een dure jurk in de uitverkoop vond met zeventig procent korting.

Na een paar dagen had ik een match met ene Jasper. Hij typte: ‘Zag ik jou vandaag niet in het UMC Amsterdam?’ Tinder werkt via gps, dus mijn telefoonsignaal had waarschijnlijk het zijne opgepikt. Ik voelde me een beetje betrapt. Hij vroeg wat ik in het UMC deed. Toen ik vertelde dat mijn vader in het ziekenhuis lag, klonk hij enthousiast: ‘Leuk! Ik was daar om mijn tante te ­bezoeken. Heeft jouw vader ook kanker?’ Ik verwijderde de app ter plekke.

Offline daten bleek nog niet zo makkelijk. Zelfs in de kroeg zaten de meeste mannen aan het beeldscherm van hun smartphones gekluisterd, jagend op online matches. Na een tijdje downloadde ik Tinder dus ­opnieuw. Ik worstelde me door ladingen foto’s van ­geslachtsdelen, chatte met mannen die me ‘vergaten’ te vertellen dat ze al een vriendin hadden en ging op ­dates waarbij ik na vijf minuten alweer naar huis wilde.

Net op het moment dat ik de app voor de zoveelste keer wilde verwijderen, werd ik aangesproken door een lieve en leuke man. Binnenkort gaan we samen op ­vakantie. Je moet er wat voor over hebben om je geliefde op deze manier te ontmoeten, maar inmiddels ben ik een absolute Tinderfan.

Natascha van Weezel (32) is journalist. Elke dinsdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden