Maarten Mol Artikel Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol ArtikelBeeld Sjoukje Bierma

En wie zwierde daar met een stel andere vrouwen voorbij?

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Het thema van de Boekenweek 2019 was De moeder de vrouw. Een thema dat niet bij iedereen in goede aarde viel. De vrouw karakteriseren als alleen maar moeder was denigrerend. Het thema werd als oubollig ervaren, en zowel het Boekenweekgeschenk als het Boekenweekessay was geschreven door een man: Jan Siebelink en Murat Isik.

Mijn moedertje, vanuit het verre D. sprak er ook schande van. “Heb ik daarvoor op de barricaden gestaan?” Ik mocht niet naar het Boekenbal van haar, maar ik ging natuurlijk toch. (Het was geloof ik het eerste Nederlandse superspread evenement in het coronatijdperk.)

Al gedroeg ze zich wel als een echte moeder door haar zonen zo rond hun achttiende, negentiende over de Oude IJssel te schoppen met de mededeling om eens te gaan kijken wat er elders te koop was. (Dank u, moeder. En mijn eerste dichtbundel kreeg ik van haar. Voor wie ik liefheb wil ik heten van Neeltje Maria Min.)

Die ‘barricaden’. Dat waren de bijeenkomsten van de organisatie waarvan mijn moeder lid was: de Plattelandsvrouwen (in 1930 opgericht als Nederlandse Bond van Boerinnen en andere Plattelandsvrouwen). Ik geloof niet dat het een heel activistische beweging was. Op de middelbare scholen bleven de gymleraren na afloop van de lessen tijdens het douchen de meisjeskleedkamers inlopen om allerlei ‘belangrijke’ zaken mede te delen, om maar eens wat te noemen.

Nou ja, het was altijd een gezellige boel, aldus mijn moeder.

En ze deed geen rare dingen, zoals de moeder van H. ooit deed. H. was op een zaterdagavond tegen haar wil toch met ons meegegaan naar een discotheek op het platteland bij T. Toen de muziek werd stilgezet hoorden we de discjockey, ik geloof Schuurman, zeggen: “De moeder van H. staat bij de ingang. Wil H. nu naar de ingang komen!”

We pisten in onze broeken van het lachen.

Vandaag is het Internationale Vrouwendag.

Ergens in het eerste deel van de grauwe jaren tachtig van de vorige eeuw stond ik op een avond met mijn vrienden in discotheek De Barak te D. en liet de niet al te opwekkende muziek over me heen komen. (De Barak was de ‘alternatieve’ discotheek, die andere, The Talk of the Town, was voor de kakkers, de hockeyers en de vechtersbazen.)

Op een gegeven moment kreeg ik een por in mijn zij.

“Is dat niet je moeder?”

En wie zwierde daar met een stel andere vrouwen voorbij?

Inderdaad, mijn moeder. Wat deed mijn stokoude moeder (ze was toen nog geen 50) hier? Ze had wel verteld dat ze die avond een bijeenkomst van de Plattelandsvrouwen had. Maar in mijn stoutste dromen had ik niet kunnen bedenken dat ze in mijn domein op zou duiken.

En die ketting van moeders en vrouwen en boerinnen ging doodleuk en ongegeneerd staan dansen op Sunday Bloody Sunday van U2.

Mijn vrienden begonnen te joelen.

Ik schaamde me dood en keek het hele nummer lang naar de vervaarlijke punten van mijn zwarte schoenen.

Na een tijdje verdwenen ze weer.

“Mijn moeder zou dat nooit doen,” zei een van mijn vrienden. Later vond ik het toch wel leuk dat ze daar op de dansvloer had gestaan. En stoer.

Ik heb me in ieder geval nooit meer voor haar geschaamd.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden